BWBR0044915
Geldig vanaf 2021-12-07
Artikel 8
Subsidieregeling structureel voorkomen onnodig zittenblijven vo 2021–2023
1. Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag in een bepaald jaar niet hoog genoeg is om alle aanvragen te honoreren, verleent de minister voorrang aan subsidieaanvragen van scholen die in 2020 subsidie hebben ontvangen op grond van de Regeling lente- en zomerscholen vo, zoals die luidde op 31 december 2019.
2. Indien bij toewijzing van alle aanvragen als bedoeld in het eerste lid het subsidieplafond niettemin zou worden overschreden, wordt op de aanvragen beslist in volgorde van het percentage zittenblijvers per vestiging op de op het moment van sluiten van het desbetreffende aanvraagtijdvak geldende peildatum, zoals vermeld op de website https://duo.nl/open_onderwijsdata/databestanden/vo/leerlingen/leerlingen-vo-zit.jsp. Daarbij krijgen aanvragen voor vestigingen met een hoger percentage zittenblijvers voorrang.
3. Indien na toepassing van het eerste lid nog middelen resteren, is het tweede lid van overeenkomstige toepassing op de overige aanvragen.
4. Indien bij meerdere aanvragen sprake is van een gelijk percentage zittenblijvers als bedoeld in het tweede lid, en niet alle gelijk gerangschikte aanvragen kunnen worden toegewezen zonder het subsidieplafond te overschrijden, vindt loting plaats.
2. Indien bij toewijzing van alle aanvragen als bedoeld in het eerste lid het subsidieplafond niettemin zou worden overschreden, wordt op de aanvragen beslist in volgorde van het percentage zittenblijvers per vestiging op de op het moment van sluiten van het desbetreffende aanvraagtijdvak geldende peildatum, zoals vermeld op de website https://duo.nl/open_onderwijsdata/databestanden/vo/leerlingen/leerlingen-vo-zit.jsp. Daarbij krijgen aanvragen voor vestigingen met een hoger percentage zittenblijvers voorrang.
3. Indien na toepassing van het eerste lid nog middelen resteren, is het tweede lid van overeenkomstige toepassing op de overige aanvragen.
4. Indien bij meerdere aanvragen sprake is van een gelijk percentage zittenblijvers als bedoeld in het tweede lid, en niet alle gelijk gerangschikte aanvragen kunnen worden toegewezen zonder het subsidieplafond te overschrijden, vindt loting plaats.