BWBR0044915
Geldig vanaf 2021-12-07
Artikel 4
Subsidieregeling structureel voorkomen onnodig zittenblijven vo 2021–2023
1. De minister kan voor de kalenderjaren 2021, 2022 of 2023 subsidie verstrekken aan een bevoegd gezag voor het treffen van maatregelen die ten doel hebben het aantal leerlingen dat onnodig blijft zitten duurzaam en structureel te verminderen, door herijking, verdere ontwikkeling, verbetering of het bevorderen van intensivering van één of meer van de volgende activiteiten:
a. het monitoren van de leerontwikkeling van leerlingen om tijdig deficiënties te kunnen opsporen en weg te werken;
b. de flexibilisering van het door de school gehanteerde beleid ten aanzien van overgang en zittenblijven; of
c. professionaliserings- en ontwikkelactiviteiten voor aan het bevoegd gezag verbonden leraren, gericht op het voorkomen van onnodig zittenblijven en op het bieden van kansen, maatwerk en effectieve en kansrijke toepassing van het overgangsbeleid.
2. De minister kan, uitsluitend in combinatie met de activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt op grond van het eerste lid, tevens subsidie verstrekken aan een bevoegd gezag voor de volgende programma’s:
a. een zomerschool; of
b. een ander programma buiten het reguliere onderwijsprogramma om leerlingen in staat te stellen deficiënties weg te werken en onnodig zittenblijven te voorkomen.
3. Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt voor:
a. activiteiten die reeds worden bekostigd uit de rijksbijdrage; of
b. activiteiten waarvoor de minister reeds op grond van een andere regeling subsidie heeft verstrekt.
a. het monitoren van de leerontwikkeling van leerlingen om tijdig deficiënties te kunnen opsporen en weg te werken;
b. de flexibilisering van het door de school gehanteerde beleid ten aanzien van overgang en zittenblijven; of
c. professionaliserings- en ontwikkelactiviteiten voor aan het bevoegd gezag verbonden leraren, gericht op het voorkomen van onnodig zittenblijven en op het bieden van kansen, maatwerk en effectieve en kansrijke toepassing van het overgangsbeleid.
2. De minister kan, uitsluitend in combinatie met de activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt op grond van het eerste lid, tevens subsidie verstrekken aan een bevoegd gezag voor de volgende programma’s:
a. een zomerschool; of
b. een ander programma buiten het reguliere onderwijsprogramma om leerlingen in staat te stellen deficiënties weg te werken en onnodig zittenblijven te voorkomen.
3. Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt voor:
a. activiteiten die reeds worden bekostigd uit de rijksbijdrage; of
b. activiteiten waarvoor de minister reeds op grond van een andere regeling subsidie heeft verstrekt.