Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;
minister: Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media;
onnodig zittenblijven: zittenblijven dat voor de leerling onwenselijk is en redelijkerwijs voorkomen had kunnen worden;
programma: facultatief onderwijsaanbod als bedoeld in artikel 4, derde lid, aansluitend op maar buiten het reguliere onderwijsprogramma, met uitsluitend als doel onnodig zittenblijven te voorkomen;
school: uit ’s Rijks kas bekostigde school als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
vestiging: hoofdvestiging als bedoeld in artikel 4.13, nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.14 of tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.16 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
zittenblijven: door een leerling opnieuw doorlopen van hetzelfde leerjaar in hetzelfde of een lager schooltype;
zomerschool: door een school geboden voorziening om leerlingen in de voor de school geldende zomervakantie in de gelegenheid te stellen om extra onderwijs te volgen, met uitsluitend als doel onnodig zittenblijven te voorkomen;
zomervakantie: op grond van artikel 2.39, vierde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 centraal voor het desbetreffende jaar vastgestelde zomervakantie.
bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;
minister: Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media;
onnodig zittenblijven: zittenblijven dat voor de leerling onwenselijk is en redelijkerwijs voorkomen had kunnen worden;
programma: facultatief onderwijsaanbod als bedoeld in artikel 4, derde lid, aansluitend op maar buiten het reguliere onderwijsprogramma, met uitsluitend als doel onnodig zittenblijven te voorkomen;
school: uit ’s Rijks kas bekostigde school als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
vestiging: hoofdvestiging als bedoeld in artikel 4.13, nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.14 of tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.16 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
zittenblijven: door een leerling opnieuw doorlopen van hetzelfde leerjaar in hetzelfde of een lager schooltype;
zomerschool: door een school geboden voorziening om leerlingen in de voor de school geldende zomervakantie in de gelegenheid te stellen om extra onderwijs te volgen, met uitsluitend als doel onnodig zittenblijven te voorkomen;
zomervakantie: op grond van artikel 2.39, vierde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 centraal voor het desbetreffende jaar vastgestelde zomervakantie.