BWBR0044826
Geldig vanaf 19-02-2021
Artikel 3.5
Impulsregeling ZZP’ers en erfgoedvrijwilligers
1. Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover de aanvrager aannemelijk maakt dat de beschikbare financiële middelen, met inbegrip van de subsidie van het Fonds, voldoende zijn om de activiteiten uit te voeren.
2. De hoogte van de subsidie dient in redelijke verhouding te staan tot de activiteiten waarvoor wordt aangevraagd.
3. Slechts direct aan het project gerelateerde kosten komen voor subsidie in aanmerking. Het Fonds ondersteunt maximaal 100% van de in de aanvraag begrote kosten.
4. De post onvoorzien op de begroting mag niet meer dan 5% van de totale kosten van het project bedragen. De coördinatielasten bedragen niet meer dan 7% van de projectbegroting.
5. Maximaal 10% van de subsidie van het Fonds mag worden ingezet voor materiële investeringen die nodig zijn voor het project.
6. Voor penvoerders geldt dat de activiteiten moeten aansluiten op de doelen zoals geformuleerd in de Regeling Cultuureducatie met Kwaliteit 2021-2024.
2. De hoogte van de subsidie dient in redelijke verhouding te staan tot de activiteiten waarvoor wordt aangevraagd.
3. Slechts direct aan het project gerelateerde kosten komen voor subsidie in aanmerking. Het Fonds ondersteunt maximaal 100% van de in de aanvraag begrote kosten.
4. De post onvoorzien op de begroting mag niet meer dan 5% van de totale kosten van het project bedragen. De coördinatielasten bedragen niet meer dan 7% van de projectbegroting.
5. Maximaal 10% van de subsidie van het Fonds mag worden ingezet voor materiële investeringen die nodig zijn voor het project.
6. Voor penvoerders geldt dat de activiteiten moeten aansluiten op de doelen zoals geformuleerd in de Regeling Cultuureducatie met Kwaliteit 2021-2024.
- Citeren als
- Art. 3.5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0044826
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl