BWBR0044826
Geldig vanaf 19-02-2021
Artikel 3.2
Impulsregeling ZZP’ers en erfgoedvrijwilligers
1. Een instelling zoals bedoeld in artikel 3.1 kan eenmalig subsidie aanvragen voor het realiseren van aanbod voor ZZP’ers werkzaam op het gebied van cultuurparticipatie of cultuureducatie waarmee zij kunnen werken aan een of meerdere activiteiten gericht op:
a. bevorderen van de deskundigheid;
b. ontwikkelen van vakmanschap;
c. door ontwikkelen van bestaande of het ontwikkelen van nieuwe activiteiten voor cultuurmakers in de vrije tijd of op school;
d. digitaliseren van activiteitenaanbod; of
e. realiseren van andere randvoorwaarden die nodig zijn om hun artistiek inhoudelijke activiteiten tijdens of na de coronapandemie voort te zetten of op te starten.
2. Een penvoerder zoals bedoeld in lid 3.1, kan eenmalig subsidie aanvragen voor het realiseren van aanbod voor ZZP’ers die werkzaam zijn op het gebied van binnen schoolse cultuureducatie, voor:
a. digitalisering van het cultuureducatieaanbod op school; of
b. bevordering van deskundigheid, waarbij i. in het bijzonder didactische vaardigheden;
ii. in het bijzonder voor het vmbo; en
iii. hedendaagse kunst- en cultuurbeleving.
i. in het bijzonder didactische vaardigheden;
ii. in het bijzonder voor het vmbo; en
iii. hedendaagse kunst- en cultuurbeleving.
3. Het project heeft een maximale looptijd van 2 jaar en start uiterlijk binnen zes maanden na subsidieverlening, maar niet eerder dan na het ontvangen van het subsidieverleningsbesluit.
a. bevorderen van de deskundigheid;
b. ontwikkelen van vakmanschap;
c. door ontwikkelen van bestaande of het ontwikkelen van nieuwe activiteiten voor cultuurmakers in de vrije tijd of op school;
d. digitaliseren van activiteitenaanbod; of
e. realiseren van andere randvoorwaarden die nodig zijn om hun artistiek inhoudelijke activiteiten tijdens of na de coronapandemie voort te zetten of op te starten.
2. Een penvoerder zoals bedoeld in lid 3.1, kan eenmalig subsidie aanvragen voor het realiseren van aanbod voor ZZP’ers die werkzaam zijn op het gebied van binnen schoolse cultuureducatie, voor:
a. digitalisering van het cultuureducatieaanbod op school; of
b. bevordering van deskundigheid, waarbij i. in het bijzonder didactische vaardigheden;
ii. in het bijzonder voor het vmbo; en
iii. hedendaagse kunst- en cultuurbeleving.
i. in het bijzonder didactische vaardigheden;
ii. in het bijzonder voor het vmbo; en
iii. hedendaagse kunst- en cultuurbeleving.
3. Het project heeft een maximale looptijd van 2 jaar en start uiterlijk binnen zes maanden na subsidieverlening, maar niet eerder dan na het ontvangen van het subsidieverleningsbesluit.
- Citeren als
- Art. 3.2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0044826
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl