BWBR0044826
Geldig vanaf 19-02-2021
Artikel 2.5
Impulsregeling ZZP’ers en erfgoedvrijwilligers
1. Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover de aanvrager aannemelijk maakt dat de beschikbare financiële middelen, met inbegrip van de subsidie van het Fonds, voldoende zijn om de activiteiten uit te voeren.
2. De hoogte van de subsidie dient in redelijke verhouding te staan tot de activiteiten waarvoor wordt aangevraagd.
3. Slechts direct aan de activiteiten gerelateerde kosten komen voor subsidie in aanmerking. Het Fonds ondersteunt maximaal 100% van de in de aanvraag begrote kosten.
4. De post onvoorzien op de begroting mag niet meer bedragen dan 7% van de totale kosten van het project.
5. Maximaal 20% van de subsidie van het Fonds mag worden ingezet voor materiële investeringen die nodig zijn voor het project.
6. Indien de aanvraag betrekking heeft op activiteiten zoals opgenomen in artikel 2.2, eerste lid, onderdeel d, dan mag, in afwijking van hetgeen in het vijfde lid is bepaald, maximaal 75% van de subsidie van het Fonds worden ingezet voor materiële investeringen.
7. Indien de aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, zoals opgenomen in artikel 2.2, eerste lid, dan wordt het percentage zoals genoemd in het zesde lid alleen naar rato toegepast op de activiteiten die op digitalisering gericht zijn.
2. De hoogte van de subsidie dient in redelijke verhouding te staan tot de activiteiten waarvoor wordt aangevraagd.
3. Slechts direct aan de activiteiten gerelateerde kosten komen voor subsidie in aanmerking. Het Fonds ondersteunt maximaal 100% van de in de aanvraag begrote kosten.
4. De post onvoorzien op de begroting mag niet meer bedragen dan 7% van de totale kosten van het project.
5. Maximaal 20% van de subsidie van het Fonds mag worden ingezet voor materiële investeringen die nodig zijn voor het project.
6. Indien de aanvraag betrekking heeft op activiteiten zoals opgenomen in artikel 2.2, eerste lid, onderdeel d, dan mag, in afwijking van hetgeen in het vijfde lid is bepaald, maximaal 75% van de subsidie van het Fonds worden ingezet voor materiële investeringen.
7. Indien de aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, zoals opgenomen in artikel 2.2, eerste lid, dan wordt het percentage zoals genoemd in het zesde lid alleen naar rato toegepast op de activiteiten die op digitalisering gericht zijn.
- Citeren als
- Art. 2.5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0044826
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl