BWBR0044773
Geldig vanaf 2021-04-01
Artikel 3.1
Besluit kansspelen op afstand
1. Ontheffing als bedoeld in artikel 31g, vijfde lid, van de wetkan slechts worden verleend, indien dat naar het oordeel van de raad van bestuur noodzakelijk is in het belang van de verantwoorde, betrouwbare en controleerbare organisatie van kansspelen op afstand door een vergunninghouder.
2. Onverminderd het eerste lid kan ontheffing slechts worden verleend, indien de vergunninghouder zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging heeft in een staat, waarin op hem wettelijke voorschriften van toepassing zijn die naar het oordeel van de raad van bestuur gelijkwaardig zijn aan de in Nederland of een andere lidstaat geldende voorschriften met betrekking tot:
a. het naleven van sanctieregelingen;
b. het voorkomen van witwassen en van het financieren van terrorisme;
c. het vennootschapsrecht, en
d. de bescherming van persoonsgegevens.
3. Onverminderd het eerste en tweede lid kan ontheffing slechts worden verleend, indien:
a. het recht van de staat waar de vergunninghouder zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging heeft, zich niet verzet tegen het organiseren van de vergunde kansspelen in Nederland overeenkomstig de Nederlandse regelgeving, en
b. in de staat waar de vergunninghouder zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging heeft, toezicht wordt uitgeoefend op de naleving van de voorschriften, bedoeld in het tweede lid.
4. Onverminderd het eerste, tweede en derde lid kan ontheffing slechts worden verleend, indien de vergunninghouder die geen vestiging in een lidstaat heeft, de vergunde kansspelen geheel of gedeeltelijk organiseert vanuit een nevenvestiging in Nederland, die is ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelregisterwet 2007.
5. Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de ontheffing, bedoeld in artikel 31g, vijfde lid, van de wet.
2. Onverminderd het eerste lid kan ontheffing slechts worden verleend, indien de vergunninghouder zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging heeft in een staat, waarin op hem wettelijke voorschriften van toepassing zijn die naar het oordeel van de raad van bestuur gelijkwaardig zijn aan de in Nederland of een andere lidstaat geldende voorschriften met betrekking tot:
a. het naleven van sanctieregelingen;
b. het voorkomen van witwassen en van het financieren van terrorisme;
c. het vennootschapsrecht, en
d. de bescherming van persoonsgegevens.
3. Onverminderd het eerste en tweede lid kan ontheffing slechts worden verleend, indien:
a. het recht van de staat waar de vergunninghouder zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging heeft, zich niet verzet tegen het organiseren van de vergunde kansspelen in Nederland overeenkomstig de Nederlandse regelgeving, en
b. in de staat waar de vergunninghouder zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging heeft, toezicht wordt uitgeoefend op de naleving van de voorschriften, bedoeld in het tweede lid.
4. Onverminderd het eerste, tweede en derde lid kan ontheffing slechts worden verleend, indien de vergunninghouder die geen vestiging in een lidstaat heeft, de vergunde kansspelen geheel of gedeeltelijk organiseert vanuit een nevenvestiging in Nederland, die is ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelregisterwet 2007.
5. Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de ontheffing, bedoeld in artikel 31g, vijfde lid, van de wet.