BWBR0044770
Geldig vanaf 2022-01-01
Artikel 42a
Wet inburgering 2021
1. Onze Minister verstrekt een specifieke uitkering aan het college ten behoeve van het realiseren van aanbod voor de onderwijsroute en voor voorzieningen die, totdat dat aanbod is gerealiseerd, voor de doelgroep van de onderwijsroute worden getroffen vanwege de vertraging die als gevolg van het ontbreken van aanbod van de onderwijsroute is ontstaan.
2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ter uitwerking van de specifieke uitkering, bedoeld in het eerste lid, waaronder in ieder geval over de bestedingseisen van de uitkering, de bevoorschotting, de hoogte van de uitkering, de verdeling onder de gemeenten en de verantwoording door het college.
3. Onze Minister kan de uitkering geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien niet uit de informatie die is verstrekt op grond van <a href="/wet/BWBR0008290/artikel/17a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet</a>blijkt dat de uitkering is besteed in overeenstemming met het eerste lid.
4. Dit artikel vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, met dien verstande dat het van toepassing blijft op geschillen die op dat tijdstip in bezwaar, beroep of hoger beroep aanhangig zijn met betrekking tot besluiten van Onze Minister die op grond van dit artikel zijn genomen.
2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ter uitwerking van de specifieke uitkering, bedoeld in het eerste lid, waaronder in ieder geval over de bestedingseisen van de uitkering, de bevoorschotting, de hoogte van de uitkering, de verdeling onder de gemeenten en de verantwoording door het college.
3. Onze Minister kan de uitkering geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien niet uit de informatie die is verstrekt op grond van <a href="/wet/BWBR0008290/artikel/17a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet</a>blijkt dat de uitkering is besteed in overeenstemming met het eerste lid.
4. Dit artikel vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, met dien verstande dat het van toepassing blijft op geschillen die op dat tijdstip in bezwaar, beroep of hoger beroep aanhangig zijn met betrekking tot besluiten van Onze Minister die op grond van dit artikel zijn genomen.