BWBR0044756
Geldig vanaf 2021-01-30
Artikel 5
Tijdelijke subsidieregeling verduurzaming binnenvaartschepen 2021–2025
Onverminderd de in artikel 11en 12 van het Kaderbesluitvermelde afwijzingsgronden, wordt de subsidie in ieder geval afgewezen indien:
a. er al een subsidie is verstrekt op grond van deze regeling voor dezelfde maatregel voor hetzelfde vaartuig;
b. er sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in artikel 8 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
c. er sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld artikel 2, achttiende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
d. indien de werkzaamheden aan de maatregelen reeds zijn aangevangen voordat de aanvraag voor dat project is ingediend en het stimulerend effect als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening daardoor ontbreekt;
e. de subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met enige andere bepaling in de algemene groepsvrijstellingsverordening;
f. de aanvrager op grond van de NRMM-verordening en de Richtlijn verplicht is een motor te plaatsen van het type IWP, IWA of NRE of een motor die op basis van de NRMM-verordening als gelijkwaardig is erkend, of
g. in het kalenderjaar waarin de aanvraag wordt gedaan aan een aanvrager, dan wel aan aanvragers die tot eenzelfde groep behoren, reeds voor drie vaartuigen subsidie is verstrekt.
a. er al een subsidie is verstrekt op grond van deze regeling voor dezelfde maatregel voor hetzelfde vaartuig;
b. er sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in artikel 8 van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
c. er sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld artikel 2, achttiende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
d. indien de werkzaamheden aan de maatregelen reeds zijn aangevangen voordat de aanvraag voor dat project is ingediend en het stimulerend effect als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening daardoor ontbreekt;
e. de subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met enige andere bepaling in de algemene groepsvrijstellingsverordening;
f. de aanvrager op grond van de NRMM-verordening en de Richtlijn verplicht is een motor te plaatsen van het type IWP, IWA of NRE of een motor die op basis van de NRMM-verordening als gelijkwaardig is erkend, of
g. in het kalenderjaar waarin de aanvraag wordt gedaan aan een aanvrager, dan wel aan aanvragers die tot eenzelfde groep behoren, reeds voor drie vaartuigen subsidie is verstrekt.