BWBR0044756
Geldig vanaf 2021-01-30
Artikel 4
Tijdelijke subsidieregeling verduurzaming binnenvaartschepen 2021–2025
1. Voor de subsidiëring van de maatregelen als bedoeld in artikel 3is voor het jaar 2024 ten hoogste € 24.000.000,– beschikbaar en voor het jaar 2025 ten hoogste € 26.300.000,–.
2. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld.
3. De subsidieverlening wordt gerechtvaardigd op grond van artikel 36 ter, eerste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
4. De subsidie bedraagt ten hoogste 20% van de totale investeringskosten tot een maximum van € 400.000,− per vaartuig.
5. De steunintensiteit voor de in artikel 3bedoelde maatregelen kan op grond van artikel 36 ter, zesde lid, van de AGVV, worden verhoogd met 10 procentpunten voor een emissievrij binnenschip, met 20 procentpunten voor een middelgrote onderneming of met 30 procentpunten voor een kleine onderneming.
6. De subsidieverdeling vindt plaats op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
2. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld.
3. De subsidieverlening wordt gerechtvaardigd op grond van artikel 36 ter, eerste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
4. De subsidie bedraagt ten hoogste 20% van de totale investeringskosten tot een maximum van € 400.000,− per vaartuig.
5. De steunintensiteit voor de in artikel 3bedoelde maatregelen kan op grond van artikel 36 ter, zesde lid, van de AGVV, worden verhoogd met 10 procentpunten voor een emissievrij binnenschip, met 20 procentpunten voor een middelgrote onderneming of met 30 procentpunten voor een kleine onderneming.
6. De subsidieverdeling vindt plaats op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.