BWBR0044468
Geldig vanaf 01-01-2021
Artikel 8
Uitvoeringsregeling Kadasterwet BES
1. Het bestuur van de Dienst betrekt de zienswijze, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de wet, bij de beleidswijzigingen waarop die zienswijze betrekking heeft.
2. Als het bestuur van de Dienst afwijkt van de zienswijze van het bestuurscollege van een openbaar lichaam, motiveert het bestuur van de Dienst dit schriftelijk en maakt het bestuur van de Dienst dit kenbaar aan de bestuurscolleges van de openbare lichamen en aan de raad van toezicht.
3. Bij het aanbieden ter goedkeuring van het meerjarenbeleidsplan, als bedoeld in artikel 20 van de Organisatiewet Kadaster en artikel 29 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, vermeldt het bestuur van de Dienst over de voorgestelde beleidswijzigingen de zienswijze, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de wet, dan wel het feit dat niet binnen de termijn, bedoeld in dat artikel, zienswijzen kenbaar zijn gemaakt, alsmede de wijze waarop het bestuur met de zienswijzen van de bestuurscolleges is omgegaan.
2. Als het bestuur van de Dienst afwijkt van de zienswijze van het bestuurscollege van een openbaar lichaam, motiveert het bestuur van de Dienst dit schriftelijk en maakt het bestuur van de Dienst dit kenbaar aan de bestuurscolleges van de openbare lichamen en aan de raad van toezicht.
3. Bij het aanbieden ter goedkeuring van het meerjarenbeleidsplan, als bedoeld in artikel 20 van de Organisatiewet Kadaster en artikel 29 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, vermeldt het bestuur van de Dienst over de voorgestelde beleidswijzigingen de zienswijze, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de wet, dan wel het feit dat niet binnen de termijn, bedoeld in dat artikel, zienswijzen kenbaar zijn gemaakt, alsmede de wijze waarop het bestuur met de zienswijzen van de bestuurscolleges is omgegaan.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0044468
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl