BWBR0044468
Geldig vanaf 01-01-2021
Artikel 7
Uitvoeringsregeling Kadasterwet BES
1. De zienswijze, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de wet, wordt schriftelijk en elektronisch aan het bestuur van de Dienst verzonden en bevat in ieder geval de zienswijze van ten minste één persoon die gebruiker is van de dienstverlening van de Kadasters.
2. De persoon die als gebruiker van de dienstverlening van de Kadasters wordt geraadpleegd door het bestuurscollege van een openbaar lichaam maakt zijn zienswijze aan het bestuurscollege van het openbaar lichaam kenbaar binnen de door dat bestuurscollege gestelde termijn.
3. Als de persoon die als gebruiker van de dienstverlening van de Kadasters niet of niet binnen de gestelde termijn zijn zienswijze kenbaar heeft gemaakt, vermelden de bestuurscolleges dit in hun zienswijze, in afwijking van het eerste lid.
2. De persoon die als gebruiker van de dienstverlening van de Kadasters wordt geraadpleegd door het bestuurscollege van een openbaar lichaam maakt zijn zienswijze aan het bestuurscollege van het openbaar lichaam kenbaar binnen de door dat bestuurscollege gestelde termijn.
3. Als de persoon die als gebruiker van de dienstverlening van de Kadasters niet of niet binnen de gestelde termijn zijn zienswijze kenbaar heeft gemaakt, vermelden de bestuurscolleges dit in hun zienswijze, in afwijking van het eerste lid.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0044468
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl