BWBR0044468
Geldig vanaf 01-01-2021
Artikel 11
Uitvoeringsregeling Kadasterwet BES
1. Tekeningen die deel uitmaken van ter inschrijving aangeboden stukken, voldoen aan de volgende vereisten:
a. de tekeningen worden in zwarte inkt op het formulier, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet, overgenomen, waarbij geen kleuren worden gebruikt;
b. wordt een tekening toegevoegd na de verklaring van eensluidendheid, bedoeld in artikel 16 van de wet, dan wordt deze verklaring onder de tekening herhaald.
2. In afwijking van artikel 16, eerste lid, van de wet kan een afschrift van een tekening worden aangeboden op een formulier dat niet door het Kadaster is verstrekt, als naar het oordeel van de bewaarder de figuratie te groot of te ingewikkeld is om op een formulier verstrekt door het Kadaster te worden overgenomen.
3. Het niet op het door het Kadaster verstrekt formulier gesteld afschrift, bedoeld in het tweede lid, is voorzien van een verklaring van eensluidendheid als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet.
4. Indien de ruimte aan de voorzijde van een formulier ontoereikend is, wordt de tekst van de verklaring van eensluidendheid aan de achterzijde van het formulier vervolgd en wordt niet op de voorzijde van een ander formulier verder gegaan.
a. de tekeningen worden in zwarte inkt op het formulier, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet, overgenomen, waarbij geen kleuren worden gebruikt;
b. wordt een tekening toegevoegd na de verklaring van eensluidendheid, bedoeld in artikel 16 van de wet, dan wordt deze verklaring onder de tekening herhaald.
2. In afwijking van artikel 16, eerste lid, van de wet kan een afschrift van een tekening worden aangeboden op een formulier dat niet door het Kadaster is verstrekt, als naar het oordeel van de bewaarder de figuratie te groot of te ingewikkeld is om op een formulier verstrekt door het Kadaster te worden overgenomen.
3. Het niet op het door het Kadaster verstrekt formulier gesteld afschrift, bedoeld in het tweede lid, is voorzien van een verklaring van eensluidendheid als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet.
4. Indien de ruimte aan de voorzijde van een formulier ontoereikend is, wordt de tekst van de verklaring van eensluidendheid aan de achterzijde van het formulier vervolgd en wordt niet op de voorzijde van een ander formulier verder gegaan.
- Citeren als
- Art. 11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0044468
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl