BWBR0044221
Geldig vanaf 2020-10-17
Artikel 2
Instellingsbesluit commissie integriteit Financiën
1. Er is een onafhankelijke commissie integriteit Financiën. De commissie is een aanvulling op de bestaande meldinginfrastructuur bij het Ministerie;
2. De commissie heeft tot taak:
a. het zo spoedig mogelijk reageren op meldingen inzake (het vermoeden van) misstanden respectievelijk integriteitschendingen, die het Ministerie raken;
b. het geven van informatie en/of advies over procedures en vervolgstappen aan de melders, waarbij per melding zal worden bezien of de commissie de melding zelf oppakt dan wel verwijst naar de bestaande organisaties en adviesorganen die hiertoe zijn ingericht. Voor zover nodig behoudt de commissie ruimte voor maatwerk;
c. het zo nodig inwinnen van nadere inlichtingen naar aanleiding van meldingen;
d. het (laten) onderzoeken en beoordelen in hoeverre de meldingen aanleiding geven tot enigerlei vervolgprocedure. Indien wordt overgegaan tot het (laten) instellen van een onderzoek, zal de commissie (waar)borgen dat het onderzoek op onafhankelijke en zorgvuldige wijze plaatsvindt en dat terugkoppeling plaatsvindt aan de melders;
e. het gevraagd en ongevraagd adviseren van de SG over integriteitsbeleid, eventuele vervolgprocedures en te nemen maatregelen;
f. het verzamelen en inventariseren van meldingen, onder meer ten behoeve van de jaarlijkse rapportage van het Ministerie;
g. het onderhouden van contact met alle relevante partijen en professionals op het gebied van integriteit binnen het Ministerie;
h. het voeren van open gesprekken met medewerkers van het Ministerie, indien daar aanleiding voor is;
i. het jaarlijks rapporteren over de naleving van de klokkenluidersrichtlijn, die extra bescherming biedt aan medewerkers van het Ministerie bij het openbaar maken van vermoedelijke misstanden, totdat de EU-richtlijn (EU 2019/1937) ter zake in Nederland is geïmplementeerd.
2. De commissie heeft tot taak:
a. het zo spoedig mogelijk reageren op meldingen inzake (het vermoeden van) misstanden respectievelijk integriteitschendingen, die het Ministerie raken;
b. het geven van informatie en/of advies over procedures en vervolgstappen aan de melders, waarbij per melding zal worden bezien of de commissie de melding zelf oppakt dan wel verwijst naar de bestaande organisaties en adviesorganen die hiertoe zijn ingericht. Voor zover nodig behoudt de commissie ruimte voor maatwerk;
c. het zo nodig inwinnen van nadere inlichtingen naar aanleiding van meldingen;
d. het (laten) onderzoeken en beoordelen in hoeverre de meldingen aanleiding geven tot enigerlei vervolgprocedure. Indien wordt overgegaan tot het (laten) instellen van een onderzoek, zal de commissie (waar)borgen dat het onderzoek op onafhankelijke en zorgvuldige wijze plaatsvindt en dat terugkoppeling plaatsvindt aan de melders;
e. het gevraagd en ongevraagd adviseren van de SG over integriteitsbeleid, eventuele vervolgprocedures en te nemen maatregelen;
f. het verzamelen en inventariseren van meldingen, onder meer ten behoeve van de jaarlijkse rapportage van het Ministerie;
g. het onderhouden van contact met alle relevante partijen en professionals op het gebied van integriteit binnen het Ministerie;
h. het voeren van open gesprekken met medewerkers van het Ministerie, indien daar aanleiding voor is;
i. het jaarlijks rapporteren over de naleving van de klokkenluidersrichtlijn, die extra bescherming biedt aan medewerkers van het Ministerie bij het openbaar maken van vermoedelijke misstanden, totdat de EU-richtlijn (EU 2019/1937) ter zake in Nederland is geïmplementeerd.