BWBR0044221
Geldig vanaf 2020-10-17
Artikel 1
Instellingsbesluit commissie integriteit Financiën
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. het Ministerie: het Ministerie van Financiën (inclusief de Belastingdienst, Douane en Toeslagen);
b. de Minister: de Minister van Financiën;
c. de SG: de secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën;
d. de pSG: de plaatsvervangend secretaris-generaal van het ministerie van Financiën;
e. de DG’s: de directeur-generaal Belastingdienst, de directeur-generaal Toeslagen, de directeur-generaal Douane, de directeur-generaal Rijksbegroting, de directeur-generaal Fiscale Zaken en de thesaurier-generaal van het Ministerie van Financiën;
f. de commissie: de commissie integriteit Financiën, bedoeld in artikel 2;
g. het vermoeden van een integriteitschending: als een medewerker (incidenteel of structureel) niet handelt overeenkomstig de (daarvoor) geldende morele waarden en normen en de daarmee samenhangende regels. Ook gedrag buiten werktijd en buiten de plaats waar de functie normaal wordt uitgeoefend kan een integriteitschending opleveren, zeker wanneer er een relatie is tussen gedrag en functie. De Gedragscode Integriteit Rijk (GIR) geeft de ambtenaar een kader voor integer handelen. Het document geeft een overzicht van de belangrijkste Rijksbrede afspraken op het gebied van integriteit.1Naar: L.W.J.C. Huberts, Mag het ietsje meer zijn? Integriteitsonderzoek in het mijnenveld van de moraal, Amsterdam: Vrije Universiteit 2003; en vgl. de Baseline Intern Persoonsgericht Onderzoek naar een integriteits- of beveiligingsincident.
h. het vermoeden van een misstand2Artikel 1, aanhef en onder d, van de Wet Huis voor klokkenluiders.: het vermoeden van een melder, dat binnen het Ministerie, sprake is van een misstand voor zover: 1°. het vermoeden gebaseerd is op redelijke gronden, die voortvloeien uit de kennis die de melder bij het Ministerie heeft opgedaan of voortvloeien uit de kennis die de melder heeft gekregen door zijn werkzaamheden bij een ander bedrijf of een andere organisatie, en
2°. het maatschappelijk belang in het geding is bij de schending van een wettelijk voorschrift, een gevaar voor de volksgezondheid, een gevaar voor de veiligheid van personen, een gevaar voor de aantasting van het milieu, een gevaar voor het goed functioneren van de openbare dienst of een onderneming als gevolg van een onbehoorlijke wijze van handelen of nalaten
1°. het vermoeden gebaseerd is op redelijke gronden, die voortvloeien uit de kennis die de melder bij het Ministerie heeft opgedaan of voortvloeien uit de kennis die de melder heeft gekregen door zijn werkzaamheden bij een ander bedrijf of een andere organisatie, en
2°. het maatschappelijk belang in het geding is bij de schending van een wettelijk voorschrift, een gevaar voor de volksgezondheid, een gevaar voor de veiligheid van personen, een gevaar voor de aantasting van het milieu, een gevaar voor het goed functioneren van de openbare dienst of een onderneming als gevolg van een onbehoorlijke wijze van handelen of nalaten
i. de melder: de ambtenaar, een collectief van ambtenaren, de gewezen ambtenaar en degene die anderszins arbeid verricht of heeft verricht bij het Ministerie die een vermoeden van een integriteitschending of misstand meldt;
j. de melding: een vermoeden van een integriteitschending of misstand welke bekend is gemaakt aan de commissie;
k. de BIPO: de Baseline Intern Persoonsgericht Onderzoek;
l. het OIF: het Onderzoeksbureau Integriteit Financiën.
a. het Ministerie: het Ministerie van Financiën (inclusief de Belastingdienst, Douane en Toeslagen);
b. de Minister: de Minister van Financiën;
c. de SG: de secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën;
d. de pSG: de plaatsvervangend secretaris-generaal van het ministerie van Financiën;
e. de DG’s: de directeur-generaal Belastingdienst, de directeur-generaal Toeslagen, de directeur-generaal Douane, de directeur-generaal Rijksbegroting, de directeur-generaal Fiscale Zaken en de thesaurier-generaal van het Ministerie van Financiën;
f. de commissie: de commissie integriteit Financiën, bedoeld in artikel 2;
g. het vermoeden van een integriteitschending: als een medewerker (incidenteel of structureel) niet handelt overeenkomstig de (daarvoor) geldende morele waarden en normen en de daarmee samenhangende regels. Ook gedrag buiten werktijd en buiten de plaats waar de functie normaal wordt uitgeoefend kan een integriteitschending opleveren, zeker wanneer er een relatie is tussen gedrag en functie. De Gedragscode Integriteit Rijk (GIR) geeft de ambtenaar een kader voor integer handelen. Het document geeft een overzicht van de belangrijkste Rijksbrede afspraken op het gebied van integriteit.1Naar: L.W.J.C. Huberts, Mag het ietsje meer zijn? Integriteitsonderzoek in het mijnenveld van de moraal, Amsterdam: Vrije Universiteit 2003; en vgl. de Baseline Intern Persoonsgericht Onderzoek naar een integriteits- of beveiligingsincident.
h. het vermoeden van een misstand2Artikel 1, aanhef en onder d, van de Wet Huis voor klokkenluiders.: het vermoeden van een melder, dat binnen het Ministerie, sprake is van een misstand voor zover: 1°. het vermoeden gebaseerd is op redelijke gronden, die voortvloeien uit de kennis die de melder bij het Ministerie heeft opgedaan of voortvloeien uit de kennis die de melder heeft gekregen door zijn werkzaamheden bij een ander bedrijf of een andere organisatie, en
2°. het maatschappelijk belang in het geding is bij de schending van een wettelijk voorschrift, een gevaar voor de volksgezondheid, een gevaar voor de veiligheid van personen, een gevaar voor de aantasting van het milieu, een gevaar voor het goed functioneren van de openbare dienst of een onderneming als gevolg van een onbehoorlijke wijze van handelen of nalaten
1°. het vermoeden gebaseerd is op redelijke gronden, die voortvloeien uit de kennis die de melder bij het Ministerie heeft opgedaan of voortvloeien uit de kennis die de melder heeft gekregen door zijn werkzaamheden bij een ander bedrijf of een andere organisatie, en
2°. het maatschappelijk belang in het geding is bij de schending van een wettelijk voorschrift, een gevaar voor de volksgezondheid, een gevaar voor de veiligheid van personen, een gevaar voor de aantasting van het milieu, een gevaar voor het goed functioneren van de openbare dienst of een onderneming als gevolg van een onbehoorlijke wijze van handelen of nalaten
i. de melder: de ambtenaar, een collectief van ambtenaren, de gewezen ambtenaar en degene die anderszins arbeid verricht of heeft verricht bij het Ministerie die een vermoeden van een integriteitschending of misstand meldt;
j. de melding: een vermoeden van een integriteitschending of misstand welke bekend is gemaakt aan de commissie;
k. de BIPO: de Baseline Intern Persoonsgericht Onderzoek;
l. het OIF: het Onderzoeksbureau Integriteit Financiën.