BWBR0044165
Geldig vanaf 2021-07-01
Artikel 3a
Beleidsregel tegemoetkoming huurders, woningcorporaties en particuliere verhuurders aardbevingsgebied Groningen
1. Een aanvraag voor een tegemoetkoming wordt door de hoofdhuurder van een particuliere verhuurder of de particuliere verhuurder ingediend bij de NCG, waarbij gebruik wordt gemaakt van een door de NCG vastgesteld formulier dat vanaf 1 augustus 2021 beschikbaar is op de website van de NCG.
2. Bij de aanvraag voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, voegt de hoofhuurder van een particuliere verhuurder:
a. een verklaring van de particuliere verhuurder inzake de periode van het verblijf van de hoofdhuurder in de wisselwoning;
b. een door de hoofdhuurder en de particuliere verhuurder ondertekende huurovereenkomst die betrekking heeft op huurwoning van de hoofdhuurder;
c. een bankafschrift waaruit blijkt dat de hoofdhuurder in de periode van de versterking van zijn huurwoning drie maal de maandhuur voor zijn huurwoning heeft betaald aan de particuliere verhuurder; en
d. indien de hoofdhuurder zelf de kosten voor nutsvoorzieningen en internetaansluiting in de wisselwoning heeft bekostigd een document waaruit dit blijkt.
3. Bij de aanvraag voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, voegt de hoofdhuurder van een particuliere verhuurder:
a. een verklaring van de particuliere verhuurder inzake de periode waarin de versterking van de huurwoning van de hoofdhuurder heeft plaatsgevonden;
b. een door de hoofdhuurder en de particuliere verhuurder ondertekende huurovereenkomst die betrekking heeft op de huurwoning van de hoofdhuurder; en
c. een bankafschrift waaruit blijkt dat de hoofdhuurder in de periode van de versterking van zijn huurwoning drie maal de maandhuur voor zijn huurwoning heeft betaald aan de particuliere verhuurder.
4. Bij de aanvraag voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, voegt de hoofdhuurder van de particuliere verhuurder:
a. een verklaring van de particuliere verhuurder dat de hoofdhuurder in de periode tussen 1 oktober 2015 en 1 november 2020 vanwege de versterking van zijn huurwoning is verhuisd naar een andere huurwoning; en
b. een door de hoofdhuurder en de particuliere verhuurder ondertekende huurovereenkomst die betrekking heeft op de huurwoning van de hoofdhuurder.
5. Bij de aanvraag voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onder 4°, voegt de hoofdhuurder van de particuliere verhuurder:
a. een verklaring van de particuliere verhuurder dat de hoofdhuurder in de periode van de versterking van zijn huurwoning zelf tijdelijk in andere huisvesting heeft voorzien;
b. een door de hoofdhuurder en de particuliere verhuurder ondertekende huurovereenkomst die betrekking heeft op de huurwoning van de hoofdhuurder; en
c. een bankafschrift waaruit blijkt dat de hoofdhuurder in de periode van de versterking van zijn huurwoning drie maal de maandhuur voor zijn huurwoning heeft betaald aan de particuliere verhuurder.
6. Bij een aanvraag voor een vergoeding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, voegt de particuliere verhuurder in ieder geval:
a. een overzicht van de adressen van de woningen waarvoor hij aan de hoofdhuurder een vergoeding heeft verstrekt voor de kosten die deze hoofdhuurder had ten gevolge de versterking van zijn huurwoning in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 1 april 2022; en
b. een bankafschrift waaruit blijkt dat de particuliere verhuurder deze kosten aan de hoofdhuurder heeft betaald.
7. De aanvraag voor:
a. een tegemoetkoming, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, wordt uiterlijk gedaan op 1 april 2022.
b. een tegemoetkoming, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, wordt uiterlijk gedaan op 1 april 2022.
c. een tegemoetkoming, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, wordt uiterlijk gedaan op 1 april 2022.
d. een tegemoetkoming, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onder 4°, wordt uiterlijk gedaan op 1 april 2022.
e. een vergoeding, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, wordt uiterlijk gedaan op 1 juni 2022.
2. Bij de aanvraag voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, voegt de hoofhuurder van een particuliere verhuurder:
a. een verklaring van de particuliere verhuurder inzake de periode van het verblijf van de hoofdhuurder in de wisselwoning;
b. een door de hoofdhuurder en de particuliere verhuurder ondertekende huurovereenkomst die betrekking heeft op huurwoning van de hoofdhuurder;
c. een bankafschrift waaruit blijkt dat de hoofdhuurder in de periode van de versterking van zijn huurwoning drie maal de maandhuur voor zijn huurwoning heeft betaald aan de particuliere verhuurder; en
d. indien de hoofdhuurder zelf de kosten voor nutsvoorzieningen en internetaansluiting in de wisselwoning heeft bekostigd een document waaruit dit blijkt.
3. Bij de aanvraag voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, voegt de hoofdhuurder van een particuliere verhuurder:
a. een verklaring van de particuliere verhuurder inzake de periode waarin de versterking van de huurwoning van de hoofdhuurder heeft plaatsgevonden;
b. een door de hoofdhuurder en de particuliere verhuurder ondertekende huurovereenkomst die betrekking heeft op de huurwoning van de hoofdhuurder; en
c. een bankafschrift waaruit blijkt dat de hoofdhuurder in de periode van de versterking van zijn huurwoning drie maal de maandhuur voor zijn huurwoning heeft betaald aan de particuliere verhuurder.
4. Bij de aanvraag voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, voegt de hoofdhuurder van de particuliere verhuurder:
a. een verklaring van de particuliere verhuurder dat de hoofdhuurder in de periode tussen 1 oktober 2015 en 1 november 2020 vanwege de versterking van zijn huurwoning is verhuisd naar een andere huurwoning; en
b. een door de hoofdhuurder en de particuliere verhuurder ondertekende huurovereenkomst die betrekking heeft op de huurwoning van de hoofdhuurder.
5. Bij de aanvraag voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onder 4°, voegt de hoofdhuurder van de particuliere verhuurder:
a. een verklaring van de particuliere verhuurder dat de hoofdhuurder in de periode van de versterking van zijn huurwoning zelf tijdelijk in andere huisvesting heeft voorzien;
b. een door de hoofdhuurder en de particuliere verhuurder ondertekende huurovereenkomst die betrekking heeft op de huurwoning van de hoofdhuurder; en
c. een bankafschrift waaruit blijkt dat de hoofdhuurder in de periode van de versterking van zijn huurwoning drie maal de maandhuur voor zijn huurwoning heeft betaald aan de particuliere verhuurder.
6. Bij een aanvraag voor een vergoeding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, voegt de particuliere verhuurder in ieder geval:
a. een overzicht van de adressen van de woningen waarvoor hij aan de hoofdhuurder een vergoeding heeft verstrekt voor de kosten die deze hoofdhuurder had ten gevolge de versterking van zijn huurwoning in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 1 april 2022; en
b. een bankafschrift waaruit blijkt dat de particuliere verhuurder deze kosten aan de hoofdhuurder heeft betaald.
7. De aanvraag voor:
a. een tegemoetkoming, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, wordt uiterlijk gedaan op 1 april 2022.
b. een tegemoetkoming, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, wordt uiterlijk gedaan op 1 april 2022.
c. een tegemoetkoming, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, wordt uiterlijk gedaan op 1 april 2022.
d. een tegemoetkoming, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onder 4°, wordt uiterlijk gedaan op 1 april 2022.
e. een vergoeding, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, wordt uiterlijk gedaan op 1 juni 2022.