BWBR0044165
Geldig vanaf 2021-07-01
Artikel 2
Beleidsregel tegemoetkoming huurders, woningcorporaties en particuliere verhuurders aardbevingsgebied Groningen
1. De NCG verstrekt op aanvraag aan:
a. de hoofdhuurder: 1°. die in de periode van 1 oktober 2015 tot en met 31 oktober 2020 gedurende de versterking van zijn huurwoning in een wisselwoning heeft verbleven of die voor 31 oktober 2020 tijdelijk naar een wisselwoning is verhuisd en daar op 1 november 2020 nog in verbleef, een eenmalige tegemoetkoming van 500 euro. Indien de hoofdhuurder tijdens zijn verblijf in de wisselwoning de kosten voor nutsvoorzieningen en internetaansluiting in die wisselwoning zelf heeft bekostigd, wordt dit bedrag verhoogd met € 45 voor iedere week dat de hoofdhuurder in de wisselwoning heeft verbleven;
2°. van wie de huurwoning in de periode tussen 1 oktober 2015 en 1 november 2020 is versterkt en die gedurende de versterking in zijn huurwoning heeft verbleven, een eenmalige tegemoetkoming van 500 euro;
3°. van wie de huurwoning in de periode tussen 1 oktober 2015 en 1 november 2020 is versterkt en die omwille van die versterking is verhuisd naar een andere huurwoning, een eenmalige tegemoetkoming van 500 euro;
4°. van wie de huurwoning in de periode tussen 1 oktober 2015 en 1 november 2020 is versterkt en die van die versterking zelf in andere tijdelijke huisvesting heeft voorzien, een eenmalige tegemoetkoming van 500 euro;
1°. die in de periode van 1 oktober 2015 tot en met 31 oktober 2020 gedurende de versterking van zijn huurwoning in een wisselwoning heeft verbleven of die voor 31 oktober 2020 tijdelijk naar een wisselwoning is verhuisd en daar op 1 november 2020 nog in verbleef, een eenmalige tegemoetkoming van 500 euro. Indien de hoofdhuurder tijdens zijn verblijf in de wisselwoning de kosten voor nutsvoorzieningen en internetaansluiting in die wisselwoning zelf heeft bekostigd, wordt dit bedrag verhoogd met € 45 voor iedere week dat de hoofdhuurder in de wisselwoning heeft verbleven;
2°. van wie de huurwoning in de periode tussen 1 oktober 2015 en 1 november 2020 is versterkt en die gedurende de versterking in zijn huurwoning heeft verbleven, een eenmalige tegemoetkoming van 500 euro;
3°. van wie de huurwoning in de periode tussen 1 oktober 2015 en 1 november 2020 is versterkt en die omwille van die versterking is verhuisd naar een andere huurwoning, een eenmalige tegemoetkoming van 500 euro;
4°. van wie de huurwoning in de periode tussen 1 oktober 2015 en 1 november 2020 is versterkt en die van die versterking zelf in andere tijdelijke huisvesting heeft voorzien, een eenmalige tegemoetkoming van 500 euro;
b. de woningcorporatie die in de periode van 1 oktober 2020 tot aan het moment waarop artikel I, onderdeel F, artikel 13j, van het bij koninklijke boodschap van 13 oktober 2020 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Tijdelijke wet Groningen in verband met de versterking van gebouwen in de provincie Groningen in werking treedt, aan een hoofdhuurder een vergoeding heeft verstrekt voor de kosten die deze huurder had ten gevolge van de versterking van zijn huurwoning, of een vergoeding heeft verstrekt ten behoeve van de kosten die ten gevolge van de versterking voor die huurder zijn gemaakt en die door de woningcorporatie rechtstreeks aan derde partijen zijn uitbetaald, een vergoeding ter hoogte van de aan de hoofdhuurder verstrekte vergoeding met een maximum van € 25.000 per hoofdhuurder;
c. de woningcorporatie die tot het moment waarop het in artikel I, onderdeel F, van het bij koninklijke boodschap van 13 oktober 2020 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Tijdelijke wet Groningen in verband met de versterking van gebouwen in de provincie Groningen (Kamerstukken 35 603) voorgestelde artikel 13j, nadat het wetsvoorstel tot wet is verheven, in werking treedt, aan een hoofdhuurder een vergoeding heeft verstrekt voor de overlast die deze hoofdhuurder had ten gevolge van de versterking van zijn huurwoning, een vergoeding ter hoogte van de aan de hoofdhuurder verstrekte vergoeding;
d. de particuliere verhuurder die in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 1 april 2022 aan een hoofdhuurder een vergoeding heeft verstrekt voor de kosten die deze huurder had ten gevolge van de versterking van zijn huurwoning, een vergoeding ter hoogte van de aan de hoofdhuurder verstrekte vergoeding met een maximum van € 15.000 per hoofdhuurder.
2. De NCG verstrekt geen tegemoetkoming als de aanvrager reeds uit anderen hoofde een vergoeding heeft ontvangen of zal ontvangen voor gemaakte onkosten of voor zelf aangebrachte voorzieningen.
a. de hoofdhuurder: 1°. die in de periode van 1 oktober 2015 tot en met 31 oktober 2020 gedurende de versterking van zijn huurwoning in een wisselwoning heeft verbleven of die voor 31 oktober 2020 tijdelijk naar een wisselwoning is verhuisd en daar op 1 november 2020 nog in verbleef, een eenmalige tegemoetkoming van 500 euro. Indien de hoofdhuurder tijdens zijn verblijf in de wisselwoning de kosten voor nutsvoorzieningen en internetaansluiting in die wisselwoning zelf heeft bekostigd, wordt dit bedrag verhoogd met € 45 voor iedere week dat de hoofdhuurder in de wisselwoning heeft verbleven;
2°. van wie de huurwoning in de periode tussen 1 oktober 2015 en 1 november 2020 is versterkt en die gedurende de versterking in zijn huurwoning heeft verbleven, een eenmalige tegemoetkoming van 500 euro;
3°. van wie de huurwoning in de periode tussen 1 oktober 2015 en 1 november 2020 is versterkt en die omwille van die versterking is verhuisd naar een andere huurwoning, een eenmalige tegemoetkoming van 500 euro;
4°. van wie de huurwoning in de periode tussen 1 oktober 2015 en 1 november 2020 is versterkt en die van die versterking zelf in andere tijdelijke huisvesting heeft voorzien, een eenmalige tegemoetkoming van 500 euro;
1°. die in de periode van 1 oktober 2015 tot en met 31 oktober 2020 gedurende de versterking van zijn huurwoning in een wisselwoning heeft verbleven of die voor 31 oktober 2020 tijdelijk naar een wisselwoning is verhuisd en daar op 1 november 2020 nog in verbleef, een eenmalige tegemoetkoming van 500 euro. Indien de hoofdhuurder tijdens zijn verblijf in de wisselwoning de kosten voor nutsvoorzieningen en internetaansluiting in die wisselwoning zelf heeft bekostigd, wordt dit bedrag verhoogd met € 45 voor iedere week dat de hoofdhuurder in de wisselwoning heeft verbleven;
2°. van wie de huurwoning in de periode tussen 1 oktober 2015 en 1 november 2020 is versterkt en die gedurende de versterking in zijn huurwoning heeft verbleven, een eenmalige tegemoetkoming van 500 euro;
3°. van wie de huurwoning in de periode tussen 1 oktober 2015 en 1 november 2020 is versterkt en die omwille van die versterking is verhuisd naar een andere huurwoning, een eenmalige tegemoetkoming van 500 euro;
4°. van wie de huurwoning in de periode tussen 1 oktober 2015 en 1 november 2020 is versterkt en die van die versterking zelf in andere tijdelijke huisvesting heeft voorzien, een eenmalige tegemoetkoming van 500 euro;
b. de woningcorporatie die in de periode van 1 oktober 2020 tot aan het moment waarop artikel I, onderdeel F, artikel 13j, van het bij koninklijke boodschap van 13 oktober 2020 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Tijdelijke wet Groningen in verband met de versterking van gebouwen in de provincie Groningen in werking treedt, aan een hoofdhuurder een vergoeding heeft verstrekt voor de kosten die deze huurder had ten gevolge van de versterking van zijn huurwoning, of een vergoeding heeft verstrekt ten behoeve van de kosten die ten gevolge van de versterking voor die huurder zijn gemaakt en die door de woningcorporatie rechtstreeks aan derde partijen zijn uitbetaald, een vergoeding ter hoogte van de aan de hoofdhuurder verstrekte vergoeding met een maximum van € 25.000 per hoofdhuurder;
c. de woningcorporatie die tot het moment waarop het in artikel I, onderdeel F, van het bij koninklijke boodschap van 13 oktober 2020 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Tijdelijke wet Groningen in verband met de versterking van gebouwen in de provincie Groningen (Kamerstukken 35 603) voorgestelde artikel 13j, nadat het wetsvoorstel tot wet is verheven, in werking treedt, aan een hoofdhuurder een vergoeding heeft verstrekt voor de overlast die deze hoofdhuurder had ten gevolge van de versterking van zijn huurwoning, een vergoeding ter hoogte van de aan de hoofdhuurder verstrekte vergoeding;
d. de particuliere verhuurder die in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 1 april 2022 aan een hoofdhuurder een vergoeding heeft verstrekt voor de kosten die deze huurder had ten gevolge van de versterking van zijn huurwoning, een vergoeding ter hoogte van de aan de hoofdhuurder verstrekte vergoeding met een maximum van € 15.000 per hoofdhuurder.
2. De NCG verstrekt geen tegemoetkoming als de aanvrager reeds uit anderen hoofde een vergoeding heeft ontvangen of zal ontvangen voor gemaakte onkosten of voor zelf aangebrachte voorzieningen.