BWBR0044080
Geldig vanaf 2020-09-15
Artikel 4
Instellingsbesluit Adviescommissie Nationaal Groeifonds
1. De voorzitter en de andere leden nemen op persoonlijke titel deel aan de commissie en oefenen hun adviesfunctie onafhankelijk uit.
2. De voorzitter of een ander lid van de commissie verschoont zich volledig van deelname aan een adviesronde, indien diegene een relatie heeft, of voorzienbaar is dat die relatie zal ontstaan, met een partij die:
a. betrokken is geweest bij de voorbereiding of indiening van een voorstel als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, dat van die ronde deel uitmaakt, of
b. niet bij de totstandkoming of indiening van een voorstel als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, betrokken is geweest, maar waarbij een voorstel wezenlijk effect kan hebben op de verhoudingen op een markt of gebied waarop die partij actief is.
3. De voorzitter of een ander lid van de commissie verschoont zich binnen een adviesronde van deelname aan de fases waarin een voorstel, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, afzonderlijk wordt bezien, indien diegene een relatie heeft met een partij die actief is op een markt of gebied waarop een voorstel als bedoeld in dat onderdeel, betrekking heeft, zonder dat die partij bij de totstandkoming of indiening van dat voorstel betrokken is geweest en waarbij het effect van dat voorstel niet wezenlijk zal zijn voor de verhoudingen op die markt of dat gebied.
4. Voordat een adviesronde aanvang neemt, bespreekt de commissie de toepassing van het tweede en derde lid ten aanzien van de voorstellen die van die adviesronde deel uitmaken.
5. De commissie stelt een reglement op waarin de werkwijze wordt geregeld voor de toepassing van het tweede tot en met vierde lid.
2. De voorzitter of een ander lid van de commissie verschoont zich volledig van deelname aan een adviesronde, indien diegene een relatie heeft, of voorzienbaar is dat die relatie zal ontstaan, met een partij die:
a. betrokken is geweest bij de voorbereiding of indiening van een voorstel als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, dat van die ronde deel uitmaakt, of
b. niet bij de totstandkoming of indiening van een voorstel als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, betrokken is geweest, maar waarbij een voorstel wezenlijk effect kan hebben op de verhoudingen op een markt of gebied waarop die partij actief is.
3. De voorzitter of een ander lid van de commissie verschoont zich binnen een adviesronde van deelname aan de fases waarin een voorstel, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, afzonderlijk wordt bezien, indien diegene een relatie heeft met een partij die actief is op een markt of gebied waarop een voorstel als bedoeld in dat onderdeel, betrekking heeft, zonder dat die partij bij de totstandkoming of indiening van dat voorstel betrokken is geweest en waarbij het effect van dat voorstel niet wezenlijk zal zijn voor de verhoudingen op die markt of dat gebied.
4. Voordat een adviesronde aanvang neemt, bespreekt de commissie de toepassing van het tweede en derde lid ten aanzien van de voorstellen die van die adviesronde deel uitmaken.
5. De commissie stelt een reglement op waarin de werkwijze wordt geregeld voor de toepassing van het tweede tot en met vierde lid.