BWBR0044080
Geldig vanaf 2020-09-15
Artikel 3
Instellingsbesluit Adviescommissie Nationaal Groeifonds
1. De commissie bestaat uit ten hoogste 10 leden, waaronder de voorzitter.
2. De leden dragen uit hun midden een voorzitter en plaatsvervangend voorzitter ter benoeming aan de ministers voor.
3. De plaatsvervangend voorzitter vervangt de voorzitter bij diens afwezigheid.
4. Tot leden van de commissie worden benoemd:
a. Drs. M.H.J. Blom
b. Ir J.R.V.A. Dijsselbloem
c. Prof.dr. B.L. Feringa
d. Drs. L.B.J. van Geest
e. Prof.dr. R.M. Letschert
f. Drs. M.G. Muller
g. Mr. C.C.F.A. van Oranje-Nassau
h. Drs. R.J.H.M. Smits
i. Mw. J.A. Tammenoms Bakker
j. P.T.F.M. Wennink RA
5. Bij tussentijds ontslag of overlijden van een lid kunnen de ministers een ander lid benoemen.
6. De ministers dragen bij de benoeming van een ander lid in een situatie als bedoeld in het vijfde lid of bij de benoeming van een nieuw lid ter vervanging van een lid van wie de benoemingstermijn is verstreken er zorg voor dat de voorzitter en de andere leden van de commissie gezamenlijk blijven beschikken over deskundigheid en kennis, waaronder wetenschappelijke kennis, ten aanzien van economische groei en verdienvermogen van Nederland in het algemeen en in het bijzonder in relatie tot infrastructuur, kennisontwikkeling, innovatie en research & development, over het doen van investeringen in innovatieve ecosystemen, en over ervaringen in het bedrijfsleven.
7. De voorzitter en de andere leden kunnen op eigen verzoek of wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden worden geschorst en ontslagen door de ministers.
8. De voorzitter en de andere leden worden door de ministers benoemd voor de duur van drie jaren.
9. Indien er een stemming binnen de commissie plaatsvindt, dan neemt mr. C.C.F.A. van Oranje-Nassau niet deel aan de stemming.
2. De leden dragen uit hun midden een voorzitter en plaatsvervangend voorzitter ter benoeming aan de ministers voor.
3. De plaatsvervangend voorzitter vervangt de voorzitter bij diens afwezigheid.
4. Tot leden van de commissie worden benoemd:
a. Drs. M.H.J. Blom
b. Ir J.R.V.A. Dijsselbloem
c. Prof.dr. B.L. Feringa
d. Drs. L.B.J. van Geest
e. Prof.dr. R.M. Letschert
f. Drs. M.G. Muller
g. Mr. C.C.F.A. van Oranje-Nassau
h. Drs. R.J.H.M. Smits
i. Mw. J.A. Tammenoms Bakker
j. P.T.F.M. Wennink RA
5. Bij tussentijds ontslag of overlijden van een lid kunnen de ministers een ander lid benoemen.
6. De ministers dragen bij de benoeming van een ander lid in een situatie als bedoeld in het vijfde lid of bij de benoeming van een nieuw lid ter vervanging van een lid van wie de benoemingstermijn is verstreken er zorg voor dat de voorzitter en de andere leden van de commissie gezamenlijk blijven beschikken over deskundigheid en kennis, waaronder wetenschappelijke kennis, ten aanzien van economische groei en verdienvermogen van Nederland in het algemeen en in het bijzonder in relatie tot infrastructuur, kennisontwikkeling, innovatie en research & development, over het doen van investeringen in innovatieve ecosystemen, en over ervaringen in het bedrijfsleven.
7. De voorzitter en de andere leden kunnen op eigen verzoek of wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden worden geschorst en ontslagen door de ministers.
8. De voorzitter en de andere leden worden door de ministers benoemd voor de duur van drie jaren.
9. Indien er een stemming binnen de commissie plaatsvindt, dan neemt mr. C.C.F.A. van Oranje-Nassau niet deel aan de stemming.