BWBR0043932
Geldig vanaf 25-07-2020
Artikel 3
Regeling 1- en 2-jarig Activiteitenprogramma
De in deze regeling gehanteerde begrippen hebben dezelfde betekenis als in de Regeling op het specifiek cultuurbeleid, met dien verstande dat wordt verstaan onder:
1. Bestuur: de directeur-bestuurder van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, als bedoeld in artikel 5 van de statuten;
2. Koninkrijk: het Koninkrijk der Nederlanden, bestaande uit de landen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten;
3. Culturele instelling of organisatie: non-profit, privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid naar het recht van een der landen van het Koninkrijk met een culturele taak;
4. Activiteitenprogramma: een reeks van met elkaar samenhangende activiteiten die verspreid van elkaar, binnen de looptijd van één, dan wel twee kalenderjaren worden uitgevoerd. De onderdelen kunnen verschillen in opzet en uitvoering, maar dragen gezamenlijk bij aan de missie, visie en verdere ontwikkeling van de instelling of organisatie.
5. Kerntaak: het doel en activiteiten die de hoofdzaak vormen van het programma dat de instelling uitvoert. De kerntaak en -activiteit vloeit zowel in vorm als inhoud voort uit de visie en missie van de instelling.
6. Eigen inkomsten: onder eigen inkomsten worden in deze regeling de volgende baten, welke terug te vinden zijn in de jaarrekening aan de batenkant van de exploitatierekening, verstaan: a. publieksinkomsten; en
b. overige inkomsten, zijnde: 1. directe opbrengsten in de vorm van sponsorinkomsten en overige inkomsten;
2. indirecte opbrengsten; en
3. overige bijdragen.
1. directe opbrengsten in de vorm van sponsorinkomsten en overige inkomsten;
2. indirecte opbrengsten; en
3. overige bijdragen.
a. publieksinkomsten; en
b. overige inkomsten, zijnde: 1. directe opbrengsten in de vorm van sponsorinkomsten en overige inkomsten;
2. indirecte opbrengsten; en
3. overige bijdragen.
1. directe opbrengsten in de vorm van sponsorinkomsten en overige inkomsten;
2. indirecte opbrengsten; en
3. overige bijdragen.
7. Onder eigen inkomsten worden in elk geval niet begrepen de volgende baten: a. subsidies die zijn verstrekt door een bestuursorgaan;
b. overige bijdragen uit publieke middelen;
c. rentebaten;
d. bijdragen in natura;
e. kapitalisatie van vrijwilligers;
f. waardering vrijkaarten; en
g. overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap.
a. subsidies die zijn verstrekt door een bestuursorgaan;
b. overige bijdragen uit publieke middelen;
c. rentebaten;
d. bijdragen in natura;
e. kapitalisatie van vrijwilligers;
f. waardering vrijkaarten; en
g. overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap.
1. Bestuur: de directeur-bestuurder van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, als bedoeld in artikel 5 van de statuten;
2. Koninkrijk: het Koninkrijk der Nederlanden, bestaande uit de landen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten;
3. Culturele instelling of organisatie: non-profit, privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid naar het recht van een der landen van het Koninkrijk met een culturele taak;
4. Activiteitenprogramma: een reeks van met elkaar samenhangende activiteiten die verspreid van elkaar, binnen de looptijd van één, dan wel twee kalenderjaren worden uitgevoerd. De onderdelen kunnen verschillen in opzet en uitvoering, maar dragen gezamenlijk bij aan de missie, visie en verdere ontwikkeling van de instelling of organisatie.
5. Kerntaak: het doel en activiteiten die de hoofdzaak vormen van het programma dat de instelling uitvoert. De kerntaak en -activiteit vloeit zowel in vorm als inhoud voort uit de visie en missie van de instelling.
6. Eigen inkomsten: onder eigen inkomsten worden in deze regeling de volgende baten, welke terug te vinden zijn in de jaarrekening aan de batenkant van de exploitatierekening, verstaan: a. publieksinkomsten; en
b. overige inkomsten, zijnde: 1. directe opbrengsten in de vorm van sponsorinkomsten en overige inkomsten;
2. indirecte opbrengsten; en
3. overige bijdragen.
1. directe opbrengsten in de vorm van sponsorinkomsten en overige inkomsten;
2. indirecte opbrengsten; en
3. overige bijdragen.
a. publieksinkomsten; en
b. overige inkomsten, zijnde: 1. directe opbrengsten in de vorm van sponsorinkomsten en overige inkomsten;
2. indirecte opbrengsten; en
3. overige bijdragen.
1. directe opbrengsten in de vorm van sponsorinkomsten en overige inkomsten;
2. indirecte opbrengsten; en
3. overige bijdragen.
7. Onder eigen inkomsten worden in elk geval niet begrepen de volgende baten: a. subsidies die zijn verstrekt door een bestuursorgaan;
b. overige bijdragen uit publieke middelen;
c. rentebaten;
d. bijdragen in natura;
e. kapitalisatie van vrijwilligers;
f. waardering vrijkaarten; en
g. overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap.
a. subsidies die zijn verstrekt door een bestuursorgaan;
b. overige bijdragen uit publieke middelen;
c. rentebaten;
d. bijdragen in natura;
e. kapitalisatie van vrijwilligers;
f. waardering vrijkaarten; en
g. overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0043932
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl