BWBR0043932
Geldig vanaf 25-07-2020
Artikel 12
Regeling 1- en 2-jarig Activiteitenprogramma
1. De begroting behelst een overzicht van de per jaar geraamde baten en lasten van de aanvrager voor de uitvoering van het 1- of 2-jarige activiteitenprogramma. Bij de inrichting van de begroting dient de instelling zich te houden aan het model voor de activiteitenbegroting, dat is vastgesteld door het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en bekendgemaakt is op de websitewww.stimuleringsfonds.nl.
2. De begroting bestaat uit vier onderdelen:
I. gespecificeerd overzicht van de activiteitenlasten;
II. gespecificeerd overzicht van de beheerslasten;
III. gespecificeerd overzicht van de baten (financiële dekking waaronder eigen inkomsten); en
IV. samenvatting van de baten en lasten en het resultaat.
3. De begroting bevat een postgewijze toelichting.
4. De begroting moet een prestatieoverzicht omvatten dat een beknopt inzichtelijk kwantitatief overzicht bevat van de te verrichten activiteiten in het jaar of de jaren van de periode waarvoor de subsidie wordt gevraagd.
5. Er wordt geen subsidie verleend aan of ten behoeve van:
a. onderwijsprogramma’s en aanverwante activiteiten van onderwijsinstellingen;
b. instellingen voor hbo en aan universiteiten;
c. studiereizen;
d. arbeidskosten voor medewerkers van rijks-, provinciale en gemeentelijke instellingen;
e. het verwerven van eigendommen;
f. reguliere bouw- en restauratiekosten;
g. inrichting-, restauratie- en verbouwingsplannen;
h. kosten die de aanvrager op andere wijze vergoed kan krijgen.
2. De begroting bestaat uit vier onderdelen:
I. gespecificeerd overzicht van de activiteitenlasten;
II. gespecificeerd overzicht van de beheerslasten;
III. gespecificeerd overzicht van de baten (financiële dekking waaronder eigen inkomsten); en
IV. samenvatting van de baten en lasten en het resultaat.
3. De begroting bevat een postgewijze toelichting.
4. De begroting moet een prestatieoverzicht omvatten dat een beknopt inzichtelijk kwantitatief overzicht bevat van de te verrichten activiteiten in het jaar of de jaren van de periode waarvoor de subsidie wordt gevraagd.
5. Er wordt geen subsidie verleend aan of ten behoeve van:
a. onderwijsprogramma’s en aanverwante activiteiten van onderwijsinstellingen;
b. instellingen voor hbo en aan universiteiten;
c. studiereizen;
d. arbeidskosten voor medewerkers van rijks-, provinciale en gemeentelijke instellingen;
e. het verwerven van eigendommen;
f. reguliere bouw- en restauratiekosten;
g. inrichting-, restauratie- en verbouwingsplannen;
h. kosten die de aanvrager op andere wijze vergoed kan krijgen.
- Citeren als
- Art. 12
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0043932
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl