BWBR0043833
Geldig vanaf 2020-07-09
Artikel 9
Beleidsregel ernstige inbreuken GVB 2020
1. Als ernstige inbreuk als bedoeld in artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel e, van verordening nr. 1005/2008, wordt aangemerkt een overtreding van:
a. artikel 13, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 16, tweede lid, artikel 17, artikel 19, eerste lid, artikel 25 of artikel 37, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden, waarbij wat betreft artikel 17, eerste lid, onderdelen a, c en d, tweede en derde lid, en artikel 19, eerste lid, onderdeel c, van de verordening vangstmogelijkheden geldt dat indien de daarin voorgeschreven maaswijdte niet in acht is genomen, dit enkel leidt tot een ernstige inbreuk indien de afwijking van de in de desbetreffende bepaling voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt;
b. artikel 53, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 8, vierde lid, artikel 9, eerste, tweede, derde, vierde of zesde lid, of artikel 12, eerste lid, van verordening 2019/1241; of
c. artikel 53, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 12; en 1°. bijlage II, deel A, punt 1 of punt 3; of
2°. bijlage II, deel B, punt 1.1, 2 of 3, van verordening 2019/1241.
1°. bijlage II, deel A, punt 1 of punt 3; of
2°. bijlage II, deel B, punt 1.1, 2 of 3, van verordening 2019/1241.
d. artikel 53, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met de artikelen 15 en 28; en 1°. bijlage V, deel C, punt 2.1 of 3.1;
2°. bijlage V, deel C, punt 5.1;
3°. bijlage VI, deel C, punt 1, 3.1, 6.3 of 7.1, voor zover het gaat om ringzegens;
4°. bijlage VI, deel C, punt 8.2;
5°. bijlage VII, deel C, punt 1, 2.1 of 3.1;
6°. bijlage VIII, deel C, punt 1, 3.6 of 4.3;
7°. bijlage X, deel B, punt 3;
8°. bijlage XI, deel B;
9°. bijlage XII, deel C, punt 2.6;
10°. bijlage XII, deel D, punt 1;
11°. bijlage XIII, deel A, punt 1.1; of
12°. bijlage XIII, deel C, punt 1.1, van verordening 2019/1241.
1°. bijlage V, deel C, punt 2.1 of 3.1;
2°. bijlage V, deel C, punt 5.1;
3°. bijlage VI, deel C, punt 1, 3.1, 6.3 of 7.1, voor zover het gaat om ringzegens;
4°. bijlage VI, deel C, punt 8.2;
5°. bijlage VII, deel C, punt 1, 2.1 of 3.1;
6°. bijlage VIII, deel C, punt 1, 3.6 of 4.3;
7°. bijlage X, deel B, punt 3;
8°. bijlage XI, deel B;
9°. bijlage XII, deel C, punt 2.6;
10°. bijlage XII, deel D, punt 1;
11°. bijlage XIII, deel A, punt 1.1; of
12°. bijlage XIII, deel C, punt 1.1, van verordening 2019/1241.
e. artikel 53, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met de artikelen 15 en artikel 28; en 1°. bijlage V, deel B, punt 2.1;
2°. bijlage V, deel C, punt 1.1, 4 of 5.3;
3°. bijlage VI, deel B, punt 2.1;
4°. bijlage VI, deel C, punt 7.1, voor zover het niet gaat om ringzegens;
5°. bijlage VI, deel C, punt 8.1;
6°. bijlage VII, deel B, punt 2.1;
7°. bijlage VIII, deel B, punt 2.1;
8°. bijlage VIII, deel C, punt 5.2;
9°. bijlage IX, deel B, punt 1;
10°. bijlage IX, deel B, punt 2 of 3;
11°. bijlage IX, deel C, punt 6;
12°. bijlage X, deel B, punt 1;
13°. bijlage X, deel B, punt 2;
14°. bijlage XI, deel A, punt 1 of 2;
15°. bijlage XII, deel B, punt 1 of punt 2; of
16°. bijlage XII, deel C, punt 1.3, van verordening 2019/1241, waarbij, voor zover de desbetreffende bepaling in die verordening een bepaalde maaswijdte voorschrijft, het niet voldoen aan dat voorschrift slechts dan leidt tot een ernstige inbreuk, indien de afwijking van de in de desbetreffende bepaling van die verordening voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt;
1°. bijlage V, deel B, punt 2.1;
2°. bijlage V, deel C, punt 1.1, 4 of 5.3;
3°. bijlage VI, deel B, punt 2.1;
4°. bijlage VI, deel C, punt 7.1, voor zover het niet gaat om ringzegens;
5°. bijlage VI, deel C, punt 8.1;
6°. bijlage VII, deel B, punt 2.1;
7°. bijlage VIII, deel B, punt 2.1;
8°. bijlage VIII, deel C, punt 5.2;
9°. bijlage IX, deel B, punt 1;
10°. bijlage IX, deel B, punt 2 of 3;
11°. bijlage IX, deel C, punt 6;
12°. bijlage X, deel B, punt 1;
13°. bijlage X, deel B, punt 2;
14°. bijlage XI, deel A, punt 1 of 2;
15°. bijlage XII, deel B, punt 1 of punt 2; of
16°. bijlage XII, deel C, punt 1.3, van verordening 2019/1241, waarbij, voor zover de desbetreffende bepaling in die verordening een bepaalde maaswijdte voorschrijft, het niet voldoen aan dat voorschrift slechts dan leidt tot een ernstige inbreuk, indien de afwijking van de in de desbetreffende bepaling van die verordening voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt;
f. artikel 53, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 15; en 1°. bijlage V, deel B, punt 1.1;
2°. bijlage VI, deel B, punt 1.1;
3°. bijlage VII, deel B, punt 1.1; of
4°. bijlage VIII, deel B, punt 1.1, van verordening 2019/1241, voor zover gehandeld wordt in strijd met het toepasselijke punt 1.1 van deel B van de desbetreffende bijlage bij die verordening doordat niet is voldaan aan een voorwaarde, vervat in dat punt 1.1 of in het met dat punt samenhangende punt 1.2 van deel B van de desbetreffende bijlage bij die verordening, of, wat betreft bijlage VI, deel B, doordat niet is voldaan aan een voorwaarde, vervat in punt 1.1, of het met dat punt samenhangende punt 1.2, 1.3 of 1.4 van deel B van die bijlage: (i) die betrekking heeft op de te hanteren maaswijdte van het net of de kuil, of die inhoudt dat er een bepaald paneel of sorteerrooster of een bepaalde zeeflap wordt aangebracht of wordt gebruikt, waarbij ten aanzien van het niet voldoen aan deze voorwaarde geldt dat dit slechts dan leidt tot een ernstige inbreuk, indien: 1°. de afwijking van de voor het net, de kuil, het paneel respectievelijk de zeeflap voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt;
2°. de voorgeschreven afmetingen of de voorgeschreven vorm van de mazen van het paneel, het sorteerrooster of de zeeflap niet in acht worden genomen;
3°. voorgeschreven maximumafstand tussen de staven van het sorteerrooster niet in acht wordt genomen; respectievelijk indien
4°. het desbetreffende paneel, sorteerrooster of de desbetreffende zeeflap geheel ontbreekt; of
1°. de afwijking van de voor het net, de kuil, het paneel respectievelijk de zeeflap voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt;
2°. de voorgeschreven afmetingen of de voorgeschreven vorm van de mazen van het paneel, het sorteerrooster of de zeeflap niet in acht worden genomen;
3°. voorgeschreven maximumafstand tussen de staven van het sorteerrooster niet in acht wordt genomen; respectievelijk indien
4°. het desbetreffende paneel, sorteerrooster of de desbetreffende zeeflap geheel ontbreekt; of
(ii) die betrekking heeft op de samenstelling van de totale vangst, in levend gewicht, die na elke visreis wordt aangeland;
1°. bijlage V, deel B, punt 1.1;
2°. bijlage VI, deel B, punt 1.1;
3°. bijlage VII, deel B, punt 1.1; of
4°. bijlage VIII, deel B, punt 1.1, van verordening 2019/1241,
(i) die betrekking heeft op de te hanteren maaswijdte van het net of de kuil, of die inhoudt dat er een bepaald paneel of sorteerrooster of een bepaalde zeeflap wordt aangebracht of wordt gebruikt, waarbij ten aanzien van het niet voldoen aan deze voorwaarde geldt dat dit slechts dan leidt tot een ernstige inbreuk, indien: 1°. de afwijking van de voor het net, de kuil, het paneel respectievelijk de zeeflap voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt;
2°. de voorgeschreven afmetingen of de voorgeschreven vorm van de mazen van het paneel, het sorteerrooster of de zeeflap niet in acht worden genomen;
3°. voorgeschreven maximumafstand tussen de staven van het sorteerrooster niet in acht wordt genomen; respectievelijk indien
4°. het desbetreffende paneel, sorteerrooster of de desbetreffende zeeflap geheel ontbreekt; of
1°. de afwijking van de voor het net, de kuil, het paneel respectievelijk de zeeflap voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt;
2°. de voorgeschreven afmetingen of de voorgeschreven vorm van de mazen van het paneel, het sorteerrooster of de zeeflap niet in acht worden genomen;
3°. voorgeschreven maximumafstand tussen de staven van het sorteerrooster niet in acht wordt genomen; respectievelijk indien
4°. het desbetreffende paneel, sorteerrooster of de desbetreffende zeeflap geheel ontbreekt; of
(ii) die betrekking heeft op de samenstelling van de totale vangst, in levend gewicht, die na elke visreis wordt aangeland;
g. artikel 59 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 4, vijfde lid, van verordening nr. 2056/2001, voor zover gehandeld wordt in strijd met het verbod vervat in de desbetreffende bepaling in die verordening en aan geen van de voorwaarden die een uitzondering op dat verbod rechtvaardigen, is voldaan, waarbij wat betreft de voorwaarde dat er een bepaald paneel is aangebracht of wordt gebruikt, geldt, dat het niet voldoen aan deze voorwaarde slechts dan leidt tot een ernstige inbreuk, indien: (i) het desbetreffende paneel geheel ontbreekt;
(ii) de afwijking van de voor het paneel voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt; of
(iii) de voorgeschreven vorm van de mazen van het paneel niet in acht wordt genomen;
(i) het desbetreffende paneel geheel ontbreekt;
(ii) de afwijking van de voor het paneel voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt; of
(iii) de voorgeschreven vorm van de mazen van het paneel niet in acht wordt genomen;
h. artikel 59 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 5, tweede lid, onderdeel (iii) of (iv), of artikel 5, derde lid, van verordening nr. 2056/2001, voor zover gehandeld wordt in strijd met het verbod in de desbetreffende bepaling in die verordening, doordat niet is voldaan aan de eveneens in die bepaling vervatte voorwaarde die inhoudt dat er een bepaald paneel wordt aangebracht of wordt gebruikt, waarbij het niet voldoen aan deze laatste voorwaarde slechts dan leidt tot een ernstige inbreuk, indien: (i) het desbetreffende paneel geheel ontbreekt;
(ii) de afwijking van de voor het paneel voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt; of
(iii) de voorgeschreven vorm van de mazen van het paneel niet in acht wordt genomen;
(i) het desbetreffende paneel geheel ontbreekt;
(ii) de afwijking van de voor het paneel voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt; of
(iii) de voorgeschreven vorm van de mazen van het paneel niet in acht wordt genomen;
i. artikel 59 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 6, eerste lid, van verordening nr. 2056/2001, voor zover de afwijking van de toegestane maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt;
j. artikel 60 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 5, tweede lid, van verordening nr. 494/2002, waarbij, voor zover dit artikel een bepaalde maaswijdte voorschrijft, het niet voldoen aan dat voorschrift slechts dan leidt tot een ernstige inbreuk, indien de afwijking van de toegestane maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt;
k. artikel 16 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 8, eerste lid, of artikel 11, tweede lid, van de verordening vangstmogelijkheden Oostzee.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, onderdeel d, onder 1° en 4°, onderdeel e, onder 1°, 3°, 6°, 7°, 9° en 12° en onderdeel j geldt ten aanzien van de daarin genoemde bepalingen dat indien ingevolge verordening 2019/1241of artikel 17, vijfde lid, van de verordening vangstmogelijkheden bij wijze van uitzondering op die bepalingen een bepaalde visserijactiviteit is toegestaan onder de voorwaarde dat gevist wordt met een bepaald vistuig met een bepaalde maaswijdte, slechts wordt aangenomen dat niet aan die voorwaarde wordt voldaan en aldus sprake is van een inbreuk op de desbetreffende hoofdregel in die bepaling, indien de afwijking van de in de desbetreffende voorwaarde voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt.
a. artikel 13, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 16, tweede lid, artikel 17, artikel 19, eerste lid, artikel 25 of artikel 37, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden, waarbij wat betreft artikel 17, eerste lid, onderdelen a, c en d, tweede en derde lid, en artikel 19, eerste lid, onderdeel c, van de verordening vangstmogelijkheden geldt dat indien de daarin voorgeschreven maaswijdte niet in acht is genomen, dit enkel leidt tot een ernstige inbreuk indien de afwijking van de in de desbetreffende bepaling voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt;
b. artikel 53, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 8, vierde lid, artikel 9, eerste, tweede, derde, vierde of zesde lid, of artikel 12, eerste lid, van verordening 2019/1241; of
c. artikel 53, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 12; en 1°. bijlage II, deel A, punt 1 of punt 3; of
2°. bijlage II, deel B, punt 1.1, 2 of 3, van verordening 2019/1241.
1°. bijlage II, deel A, punt 1 of punt 3; of
2°. bijlage II, deel B, punt 1.1, 2 of 3, van verordening 2019/1241.
d. artikel 53, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met de artikelen 15 en 28; en 1°. bijlage V, deel C, punt 2.1 of 3.1;
2°. bijlage V, deel C, punt 5.1;
3°. bijlage VI, deel C, punt 1, 3.1, 6.3 of 7.1, voor zover het gaat om ringzegens;
4°. bijlage VI, deel C, punt 8.2;
5°. bijlage VII, deel C, punt 1, 2.1 of 3.1;
6°. bijlage VIII, deel C, punt 1, 3.6 of 4.3;
7°. bijlage X, deel B, punt 3;
8°. bijlage XI, deel B;
9°. bijlage XII, deel C, punt 2.6;
10°. bijlage XII, deel D, punt 1;
11°. bijlage XIII, deel A, punt 1.1; of
12°. bijlage XIII, deel C, punt 1.1, van verordening 2019/1241.
1°. bijlage V, deel C, punt 2.1 of 3.1;
2°. bijlage V, deel C, punt 5.1;
3°. bijlage VI, deel C, punt 1, 3.1, 6.3 of 7.1, voor zover het gaat om ringzegens;
4°. bijlage VI, deel C, punt 8.2;
5°. bijlage VII, deel C, punt 1, 2.1 of 3.1;
6°. bijlage VIII, deel C, punt 1, 3.6 of 4.3;
7°. bijlage X, deel B, punt 3;
8°. bijlage XI, deel B;
9°. bijlage XII, deel C, punt 2.6;
10°. bijlage XII, deel D, punt 1;
11°. bijlage XIII, deel A, punt 1.1; of
12°. bijlage XIII, deel C, punt 1.1, van verordening 2019/1241.
e. artikel 53, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met de artikelen 15 en artikel 28; en 1°. bijlage V, deel B, punt 2.1;
2°. bijlage V, deel C, punt 1.1, 4 of 5.3;
3°. bijlage VI, deel B, punt 2.1;
4°. bijlage VI, deel C, punt 7.1, voor zover het niet gaat om ringzegens;
5°. bijlage VI, deel C, punt 8.1;
6°. bijlage VII, deel B, punt 2.1;
7°. bijlage VIII, deel B, punt 2.1;
8°. bijlage VIII, deel C, punt 5.2;
9°. bijlage IX, deel B, punt 1;
10°. bijlage IX, deel B, punt 2 of 3;
11°. bijlage IX, deel C, punt 6;
12°. bijlage X, deel B, punt 1;
13°. bijlage X, deel B, punt 2;
14°. bijlage XI, deel A, punt 1 of 2;
15°. bijlage XII, deel B, punt 1 of punt 2; of
16°. bijlage XII, deel C, punt 1.3, van verordening 2019/1241, waarbij, voor zover de desbetreffende bepaling in die verordening een bepaalde maaswijdte voorschrijft, het niet voldoen aan dat voorschrift slechts dan leidt tot een ernstige inbreuk, indien de afwijking van de in de desbetreffende bepaling van die verordening voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt;
1°. bijlage V, deel B, punt 2.1;
2°. bijlage V, deel C, punt 1.1, 4 of 5.3;
3°. bijlage VI, deel B, punt 2.1;
4°. bijlage VI, deel C, punt 7.1, voor zover het niet gaat om ringzegens;
5°. bijlage VI, deel C, punt 8.1;
6°. bijlage VII, deel B, punt 2.1;
7°. bijlage VIII, deel B, punt 2.1;
8°. bijlage VIII, deel C, punt 5.2;
9°. bijlage IX, deel B, punt 1;
10°. bijlage IX, deel B, punt 2 of 3;
11°. bijlage IX, deel C, punt 6;
12°. bijlage X, deel B, punt 1;
13°. bijlage X, deel B, punt 2;
14°. bijlage XI, deel A, punt 1 of 2;
15°. bijlage XII, deel B, punt 1 of punt 2; of
16°. bijlage XII, deel C, punt 1.3, van verordening 2019/1241, waarbij, voor zover de desbetreffende bepaling in die verordening een bepaalde maaswijdte voorschrijft, het niet voldoen aan dat voorschrift slechts dan leidt tot een ernstige inbreuk, indien de afwijking van de in de desbetreffende bepaling van die verordening voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt;
f. artikel 53, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 15; en 1°. bijlage V, deel B, punt 1.1;
2°. bijlage VI, deel B, punt 1.1;
3°. bijlage VII, deel B, punt 1.1; of
4°. bijlage VIII, deel B, punt 1.1, van verordening 2019/1241, voor zover gehandeld wordt in strijd met het toepasselijke punt 1.1 van deel B van de desbetreffende bijlage bij die verordening doordat niet is voldaan aan een voorwaarde, vervat in dat punt 1.1 of in het met dat punt samenhangende punt 1.2 van deel B van de desbetreffende bijlage bij die verordening, of, wat betreft bijlage VI, deel B, doordat niet is voldaan aan een voorwaarde, vervat in punt 1.1, of het met dat punt samenhangende punt 1.2, 1.3 of 1.4 van deel B van die bijlage: (i) die betrekking heeft op de te hanteren maaswijdte van het net of de kuil, of die inhoudt dat er een bepaald paneel of sorteerrooster of een bepaalde zeeflap wordt aangebracht of wordt gebruikt, waarbij ten aanzien van het niet voldoen aan deze voorwaarde geldt dat dit slechts dan leidt tot een ernstige inbreuk, indien: 1°. de afwijking van de voor het net, de kuil, het paneel respectievelijk de zeeflap voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt;
2°. de voorgeschreven afmetingen of de voorgeschreven vorm van de mazen van het paneel, het sorteerrooster of de zeeflap niet in acht worden genomen;
3°. voorgeschreven maximumafstand tussen de staven van het sorteerrooster niet in acht wordt genomen; respectievelijk indien
4°. het desbetreffende paneel, sorteerrooster of de desbetreffende zeeflap geheel ontbreekt; of
1°. de afwijking van de voor het net, de kuil, het paneel respectievelijk de zeeflap voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt;
2°. de voorgeschreven afmetingen of de voorgeschreven vorm van de mazen van het paneel, het sorteerrooster of de zeeflap niet in acht worden genomen;
3°. voorgeschreven maximumafstand tussen de staven van het sorteerrooster niet in acht wordt genomen; respectievelijk indien
4°. het desbetreffende paneel, sorteerrooster of de desbetreffende zeeflap geheel ontbreekt; of
(ii) die betrekking heeft op de samenstelling van de totale vangst, in levend gewicht, die na elke visreis wordt aangeland;
1°. bijlage V, deel B, punt 1.1;
2°. bijlage VI, deel B, punt 1.1;
3°. bijlage VII, deel B, punt 1.1; of
4°. bijlage VIII, deel B, punt 1.1, van verordening 2019/1241,
(i) die betrekking heeft op de te hanteren maaswijdte van het net of de kuil, of die inhoudt dat er een bepaald paneel of sorteerrooster of een bepaalde zeeflap wordt aangebracht of wordt gebruikt, waarbij ten aanzien van het niet voldoen aan deze voorwaarde geldt dat dit slechts dan leidt tot een ernstige inbreuk, indien: 1°. de afwijking van de voor het net, de kuil, het paneel respectievelijk de zeeflap voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt;
2°. de voorgeschreven afmetingen of de voorgeschreven vorm van de mazen van het paneel, het sorteerrooster of de zeeflap niet in acht worden genomen;
3°. voorgeschreven maximumafstand tussen de staven van het sorteerrooster niet in acht wordt genomen; respectievelijk indien
4°. het desbetreffende paneel, sorteerrooster of de desbetreffende zeeflap geheel ontbreekt; of
1°. de afwijking van de voor het net, de kuil, het paneel respectievelijk de zeeflap voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt;
2°. de voorgeschreven afmetingen of de voorgeschreven vorm van de mazen van het paneel, het sorteerrooster of de zeeflap niet in acht worden genomen;
3°. voorgeschreven maximumafstand tussen de staven van het sorteerrooster niet in acht wordt genomen; respectievelijk indien
4°. het desbetreffende paneel, sorteerrooster of de desbetreffende zeeflap geheel ontbreekt; of
(ii) die betrekking heeft op de samenstelling van de totale vangst, in levend gewicht, die na elke visreis wordt aangeland;
g. artikel 59 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 4, vijfde lid, van verordening nr. 2056/2001, voor zover gehandeld wordt in strijd met het verbod vervat in de desbetreffende bepaling in die verordening en aan geen van de voorwaarden die een uitzondering op dat verbod rechtvaardigen, is voldaan, waarbij wat betreft de voorwaarde dat er een bepaald paneel is aangebracht of wordt gebruikt, geldt, dat het niet voldoen aan deze voorwaarde slechts dan leidt tot een ernstige inbreuk, indien: (i) het desbetreffende paneel geheel ontbreekt;
(ii) de afwijking van de voor het paneel voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt; of
(iii) de voorgeschreven vorm van de mazen van het paneel niet in acht wordt genomen;
(i) het desbetreffende paneel geheel ontbreekt;
(ii) de afwijking van de voor het paneel voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt; of
(iii) de voorgeschreven vorm van de mazen van het paneel niet in acht wordt genomen;
h. artikel 59 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 5, tweede lid, onderdeel (iii) of (iv), of artikel 5, derde lid, van verordening nr. 2056/2001, voor zover gehandeld wordt in strijd met het verbod in de desbetreffende bepaling in die verordening, doordat niet is voldaan aan de eveneens in die bepaling vervatte voorwaarde die inhoudt dat er een bepaald paneel wordt aangebracht of wordt gebruikt, waarbij het niet voldoen aan deze laatste voorwaarde slechts dan leidt tot een ernstige inbreuk, indien: (i) het desbetreffende paneel geheel ontbreekt;
(ii) de afwijking van de voor het paneel voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt; of
(iii) de voorgeschreven vorm van de mazen van het paneel niet in acht wordt genomen;
(i) het desbetreffende paneel geheel ontbreekt;
(ii) de afwijking van de voor het paneel voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt; of
(iii) de voorgeschreven vorm van de mazen van het paneel niet in acht wordt genomen;
i. artikel 59 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 6, eerste lid, van verordening nr. 2056/2001, voor zover de afwijking van de toegestane maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt;
j. artikel 60 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 5, tweede lid, van verordening nr. 494/2002, waarbij, voor zover dit artikel een bepaalde maaswijdte voorschrijft, het niet voldoen aan dat voorschrift slechts dan leidt tot een ernstige inbreuk, indien de afwijking van de toegestane maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt;
k. artikel 16 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 8, eerste lid, of artikel 11, tweede lid, van de verordening vangstmogelijkheden Oostzee.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, onderdeel d, onder 1° en 4°, onderdeel e, onder 1°, 3°, 6°, 7°, 9° en 12° en onderdeel j geldt ten aanzien van de daarin genoemde bepalingen dat indien ingevolge verordening 2019/1241of artikel 17, vijfde lid, van de verordening vangstmogelijkheden bij wijze van uitzondering op die bepalingen een bepaalde visserijactiviteit is toegestaan onder de voorwaarde dat gevist wordt met een bepaald vistuig met een bepaalde maaswijdte, slechts wordt aangenomen dat niet aan die voorwaarde wordt voldaan en aldus sprake is van een inbreuk op de desbetreffende hoofdregel in die bepaling, indien de afwijking van de in de desbetreffende voorwaarde voorgeschreven maaswijdte 4 millimeter of meer bedraagt.