BWBR0043833
Geldig vanaf 2020-07-09
Artikel 8
Beleidsregel ernstige inbreuken GVB 2020
1. Als ernstige inbreuk als bedoeld in artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van verordening nr. 1005/2008, wordt aangemerkt overtreding van:
a. artikel 102, eerste of derde lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 9, tweede lid, van de controleverordening voor zover wordt uitgevaren zonder dat satellietvolgapparatuur aanwezig is of operationeel is;
b. artikel 102, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 9, zesde lid, van de controleverordening voor zover wordt uitgevaren zonder dat satellietvolgapparatuur aanwezig is of operationeel is;
c. artikel 102, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 18, eerste of tweede lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening voor zover wordt uitgevaren zonder dat satellietvolgapparatuur aanwezig is of operationeel is en daarvoor geen toestemming als bedoeld in artikel 25, derde lid, tweede zin, van de uitvoeringsverordening controleverordening is verleend;
d. artikel 102, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 25, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening voor zover ingeval van defecte of anderszins niet-functionerende satellietvolgapparatuur de kapitein of diens vertegenwoordiger niet via adequate telecommunicatiemiddelen om de vier uur vanaf het tijdstip waarop het niet functioneren is ontdekt, of vanaf het tijdstip waarop hij hiervan in kennis is gesteld, de meest actuele geografische coördinaten van het vissersvaartuig meedeelt aan het visserijcontrolecentrum van de vlaggenlidstaat;
e. artikel 103 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 10, eerste lid, van de controleverordening voor zover wordt uitgevaren zonder dat een AIS aanwezig is of operationeel is; of
f. artikel 103 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 10, eerste lid, van de controleverordening voor zover geen AIS aan boord is of, indien wel een AIS aan boord is, het AIS defect is of anderszins niet functioneert.
2. De artikelen 4 tot en met 7 van de Regeling bestuurlijke boete Visserijwet 1963zijn van toepassing.
a. artikel 102, eerste of derde lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 9, tweede lid, van de controleverordening voor zover wordt uitgevaren zonder dat satellietvolgapparatuur aanwezig is of operationeel is;
b. artikel 102, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 9, zesde lid, van de controleverordening voor zover wordt uitgevaren zonder dat satellietvolgapparatuur aanwezig is of operationeel is;
c. artikel 102, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 18, eerste of tweede lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening voor zover wordt uitgevaren zonder dat satellietvolgapparatuur aanwezig is of operationeel is en daarvoor geen toestemming als bedoeld in artikel 25, derde lid, tweede zin, van de uitvoeringsverordening controleverordening is verleend;
d. artikel 102, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 25, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening voor zover ingeval van defecte of anderszins niet-functionerende satellietvolgapparatuur de kapitein of diens vertegenwoordiger niet via adequate telecommunicatiemiddelen om de vier uur vanaf het tijdstip waarop het niet functioneren is ontdekt, of vanaf het tijdstip waarop hij hiervan in kennis is gesteld, de meest actuele geografische coördinaten van het vissersvaartuig meedeelt aan het visserijcontrolecentrum van de vlaggenlidstaat;
e. artikel 103 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 10, eerste lid, van de controleverordening voor zover wordt uitgevaren zonder dat een AIS aanwezig is of operationeel is; of
f. artikel 103 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 10, eerste lid, van de controleverordening voor zover geen AIS aan boord is of, indien wel een AIS aan boord is, het AIS defect is of anderszins niet functioneert.
2. De artikelen 4 tot en met 7 van de Regeling bestuurlijke boete Visserijwet 1963zijn van toepassing.