BWBR0043833
Geldig vanaf 2020-07-09
Artikel 15
Beleidsregel ernstige inbreuken GVB 2020
Als ernstige inbreuk als bedoeld artikel 42, onderdeel a, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van verordening nr. 1005/2008, wordt aangemerkt een overtreding van:
a. artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij;
b. artikel 113, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 35, tweede lid, van de controleverordening;
c. artikel 113, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 36, tweede lid, van de controleverordening;
d. artikel 53, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 15 respectievelijk 28 en bijlage VI, deel C, punt 2.1, 4, 5.1 of 6.1, bijlage VII, deel C, punt 2.3, bijlage VIII, deel C, punt 2.1 of 4.1, of bijlage XII, deel C, punt 4, van verordening 2019/1241;
e. artikel 13, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 10, eerste lid, artikel 13, derde lid, eerste zin, artikel 15, artikel 20 of artikel 26 van de verordening vangstmogelijkheden;
f. artikel 13, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 16, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden;
g. artikel 16 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 7, eerste lid of derde lid, of artikel 11, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden Oostzee; of
h. artikel 17, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 23, van de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee.
a. artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij;
b. artikel 113, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 35, tweede lid, van de controleverordening;
c. artikel 113, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 36, tweede lid, van de controleverordening;
d. artikel 53, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 15 respectievelijk 28 en bijlage VI, deel C, punt 2.1, 4, 5.1 of 6.1, bijlage VII, deel C, punt 2.3, bijlage VIII, deel C, punt 2.1 of 4.1, of bijlage XII, deel C, punt 4, van verordening 2019/1241;
e. artikel 13, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 10, eerste lid, artikel 13, derde lid, eerste zin, artikel 15, artikel 20 of artikel 26 van de verordening vangstmogelijkheden;
f. artikel 13, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 16, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden;
g. artikel 16 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 7, eerste lid of derde lid, of artikel 11, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden Oostzee; of
h. artikel 17, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in samenhang met artikel 23, van de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee.