BWBR0043634
Geldig vanaf 2022-02-16
Artikel 27k
Regeling aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector COVID-19
1. Bij de subsidieverstrekking ten laste van het budget dat op grond van deze paragraaf ter beschikking wordt gesteld, past het bestuur van een fonds in elk geval het navolgende overeenkomstig toe:
a. de ambtshalve verstrekking, bedoeld in artikel 4;
b. de rekenregel, bedoeld in artikel 14i, met dien verstande dat: 1°. in het eerste lid in plaats van ‘artikel 4a van de Wet op het specifiek cultuurbeleid’ dient te worden gelezen: een regeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, onder 2°;
2°. In het tweede lid in plaats van ‘afgewezen BIS-aanvrager met een positieve beoordeling’ dient te worden gelezen: afgewezen fondsaanvrager met positieve beoordeling; en
3°. voor zover het negatief subsidieadvies met positieve beoordeling van de instelling een advies over subsidiehoogte bevat, de subsidie 50 procent van het geadviseerde jaarbedrag bedraagt;
1°. in het eerste lid in plaats van ‘artikel 4a van de Wet op het specifiek cultuurbeleid’ dient te worden gelezen: een regeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, onder 2°;
2°. In het tweede lid in plaats van ‘afgewezen BIS-aanvrager met een positieve beoordeling’ dient te worden gelezen: afgewezen fondsaanvrager met positieve beoordeling; en
3°. voor zover het negatief subsidieadvies met positieve beoordeling van de instelling een advies over subsidiehoogte bevat, de subsidie 50 procent van het geadviseerde jaarbedrag bedraagt;
c. ingeval van overschrijding van het in het kader van zijn subsidieverstrekking vast te stellen subsidieplafond, de methode van herverdeling, bedoeld in artikel 14j, tweede lid; en
d. de hardheidsclausule, bedoeld in artikel 28.
2. Het bestuur van een fonds voorziet verder in een wijze van verantwoording van de subsidie door onder hem ressorterende afgewezen fondsaanvragers, die zo veel mogelijk aansluit bij zijn gebruikelijke voorschriften daaromtrent.
a. de ambtshalve verstrekking, bedoeld in artikel 4;
b. de rekenregel, bedoeld in artikel 14i, met dien verstande dat: 1°. in het eerste lid in plaats van ‘artikel 4a van de Wet op het specifiek cultuurbeleid’ dient te worden gelezen: een regeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, onder 2°;
2°. In het tweede lid in plaats van ‘afgewezen BIS-aanvrager met een positieve beoordeling’ dient te worden gelezen: afgewezen fondsaanvrager met positieve beoordeling; en
3°. voor zover het negatief subsidieadvies met positieve beoordeling van de instelling een advies over subsidiehoogte bevat, de subsidie 50 procent van het geadviseerde jaarbedrag bedraagt;
1°. in het eerste lid in plaats van ‘artikel 4a van de Wet op het specifiek cultuurbeleid’ dient te worden gelezen: een regeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, onder 2°;
2°. In het tweede lid in plaats van ‘afgewezen BIS-aanvrager met een positieve beoordeling’ dient te worden gelezen: afgewezen fondsaanvrager met positieve beoordeling; en
3°. voor zover het negatief subsidieadvies met positieve beoordeling van de instelling een advies over subsidiehoogte bevat, de subsidie 50 procent van het geadviseerde jaarbedrag bedraagt;
c. ingeval van overschrijding van het in het kader van zijn subsidieverstrekking vast te stellen subsidieplafond, de methode van herverdeling, bedoeld in artikel 14j, tweede lid; en
d. de hardheidsclausule, bedoeld in artikel 28.
2. Het bestuur van een fonds voorziet verder in een wijze van verantwoording van de subsidie door onder hem ressorterende afgewezen fondsaanvragers, die zo veel mogelijk aansluit bij zijn gebruikelijke voorschriften daaromtrent.