BWBR0043634
Geldig vanaf 2022-02-16
Artikel 2
Regeling aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector COVID-19
1. Ter aanvullende ondersteuning van de culturele en creatieve sector, die als gevolg van de uitbraak van COVID-19 en de maatregelen ter bestrijding ervan wordt geconfronteerd met inkomstenderving, verstrekt de minister, met het oog op instandhouding van vitale onderdelen in de Nederlandse culturele infrastructuur, subsidie aan:
a. producerende BIS-instellingen;
b. fondsen, ten behoeve van door hun besturen ter nastreving van de doelstelling van dit artikel te verstrekken subsidies aan: 1°. meerjarige fondsinstellingen, voor zover die op grond van deze regeling niet reeds in de hoedanigheid van producerende BIS-instelling in aanmerking komen voor subsidie;
2°. cruciale regionale instellingen, voor zover die krachtens deze regeling niet reeds in de hoedanigheid van meerjarige fondsinstelling in aanmerking komen voor subsidie, ter aanvulling van aan die instellingen in het kader van de COVID-19-crisis door gemeenten of provincies verstrekte of te verstrekken additionele financiële bijdragen; en
1°. meerjarige fondsinstellingen, voor zover die op grond van deze regeling niet reeds in de hoedanigheid van producerende BIS-instelling in aanmerking komen voor subsidie;
2°. cruciale regionale instellingen, voor zover die krachtens deze regeling niet reeds in de hoedanigheid van meerjarige fondsinstelling in aanmerking komen voor subsidie, ter aanvulling van aan die instellingen in het kader van de COVID-19-crisis door gemeenten of provincies verstrekte of te verstrekken additionele financiële bijdragen; en
c. overige OCW-cultuurinstellingen.
2. Subsidie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, onder 2°, wordt uitsluitend verstrekt aan:
a. Stichting Mondriaan Fonds, stimuleringsfonds voor beeldende kunst en cultureel erfgoed;
b. Stichting Nederlands Fonds voor de Film;
c. Stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten.
a. producerende BIS-instellingen;
b. fondsen, ten behoeve van door hun besturen ter nastreving van de doelstelling van dit artikel te verstrekken subsidies aan: 1°. meerjarige fondsinstellingen, voor zover die op grond van deze regeling niet reeds in de hoedanigheid van producerende BIS-instelling in aanmerking komen voor subsidie;
2°. cruciale regionale instellingen, voor zover die krachtens deze regeling niet reeds in de hoedanigheid van meerjarige fondsinstelling in aanmerking komen voor subsidie, ter aanvulling van aan die instellingen in het kader van de COVID-19-crisis door gemeenten of provincies verstrekte of te verstrekken additionele financiële bijdragen; en
1°. meerjarige fondsinstellingen, voor zover die op grond van deze regeling niet reeds in de hoedanigheid van producerende BIS-instelling in aanmerking komen voor subsidie;
2°. cruciale regionale instellingen, voor zover die krachtens deze regeling niet reeds in de hoedanigheid van meerjarige fondsinstelling in aanmerking komen voor subsidie, ter aanvulling van aan die instellingen in het kader van de COVID-19-crisis door gemeenten of provincies verstrekte of te verstrekken additionele financiële bijdragen; en
c. overige OCW-cultuurinstellingen.
2. Subsidie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, onder 2°, wordt uitsluitend verstrekt aan:
a. Stichting Mondriaan Fonds, stimuleringsfonds voor beeldende kunst en cultureel erfgoed;
b. Stichting Nederlands Fonds voor de Film;
c. Stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten.