BWBR0043624
Geldig vanaf 2020-06-11
Artikel 2
Instellingsbesluit Commissie Mijnbouwschade
1. Er is een Commissie Mijnbouwschade, deze bestaat uit:
a. een algemene kamer; en
b. een Limburg kamer.
2. De algemene kamer van de Commissie heeft tot taak om naar aanleiding van een schademelding van een schademelder advies uit te brengen over de vraag:
i. of er sprake is van schade,
ii. wat de oorzaak van deze schade is, en
iii. indien de schade is ontstaan door bodembeweging als gevolg van de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk, welk deel van de schade daaraan kan worden toegerekend en wat de hoogte van het schadebedrag is dat naar het oordeel van de Commissie door de mijnbouwonderneming of, in gevallen als bedoeld in artikel 137 van de Mijnbouwwet, ten laste van het waarborgfonds aan de schademelder dient te worden vergoed.
3. De Limburg kamer van de Commissie heeft als taak om naar aanleiding van een verzoek om advies als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het Besluit tegemoetkoming particuliere woningeigenaren mijnbouwschade steenkoolwinning Limburgadvies uit te brengen.
4. Een schademelding wordt door de Commissie niet in behandeling genomen indien:
a. de schademelding meer dan twaalf maanden na het tijdstip van de geïnduceerde beving, zoals vastgesteld door het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut, is ingediend;
b. deze schade betreft waarvoor door de mijnbouwonderneming of een andere daartoe aangewezen instantie na een melding van schade een vergoeding is vastgesteld;
c. deze schade betreft waarvoor door de mijnbouwonderneming of een andere daartoe aangewezen organisatie na beoordeling van de melding van schade geen vergoeding is vastgesteld, tenzij in de schademelding een andere vermoede schadeoorzaak wordt opgegeven;
d. deze schade betreft waarvoor een schademelding in behandeling is bij een andere daartoe aangewezen organisatie;
e. deze schade betreft waarvoor voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit een melding van schade is gedaan bij de mijnbouwonderneming;
f. een vordering tot vergoeding van de betreffende schade aanhangig is bij de burgerlijke rechter;
g. een mijnbouwonderneming voor de behandeling van de schade waarop de schademelding betrekking heeft met de desbetreffende regio voor inwerkingtreding van dit besluit een lokale regeling heeft getroffen die voorziet in behandeling van de schademelding door een andere daartoe aangewezen organisatie;
h. de burgerlijke rechter uitspraak heeft gedaan over een vordering tot vergoeding van de betreffende schade.
5. De Commissie kan, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, afwijken van het vierde lid, onderdelen a tot en met e, ten einde onbillijkheden van overwegende aard te voorkomen.
6. De Commissie kan op verzoek van een mijnbouwonderneming afwijken van het vierde lid.
7. De Commissie voert haar taak:
a. als bedoeld in het tweede lid uit met toepassing van de bepalingen van het civiele aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht en met inachtneming van het protocol opgenomen in bijlage 1, onderdeel A, B of C;
b. als bedoeld in het derde lid uit met toepassing van de bepalingen van het civiele aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht en met inachtneming van artikel 2, eerste en vierde lid, van het Besluit tegemoetkoming particuliere woningeigenaren mijnbouwschade steenkoolwinning Limburg en het protocol opgenomen in bijlage 1, onderdeel D.
8. Wijziging van:
a. een protocol, als bedoeld in bijlage 1, onderdelen A, B en C, geschiedt na overleg met de Commissie en de betreffende mijnbouwondernemingen; en
b. het protocol, als bedoeld in bijlage 1, onderdeel D, geschiedt na overleg met de Commissie en de vertegenwoordigers van de betrokken regionale overheden.
De Commissie kan de Minister verzoeken om een wijziging van een protocol indien zij aanvulling of aanpassing van een protocol wenselijk of noodzakelijk acht.
9. De Commissie stelt haar eigen werkwijze vast, met inachtneming van het protocol, opgenomen in bijlage 1, en maakt deze werkwijze bekend.
10. De Commissie kan zich laten bijstaan door deskundigen. De werkwijze van de Commissie omvat de wijze waarop onderzoek wordt verricht, de kwaliteitseisen die gesteld worden aan de door de Commissie ingeschakelde deskundigen, de werkwijze van de deskundigen en de vergoeding van hun kosten.
a. een algemene kamer; en
b. een Limburg kamer.
2. De algemene kamer van de Commissie heeft tot taak om naar aanleiding van een schademelding van een schademelder advies uit te brengen over de vraag:
i. of er sprake is van schade,
ii. wat de oorzaak van deze schade is, en
iii. indien de schade is ontstaan door bodembeweging als gevolg van de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk, welk deel van de schade daaraan kan worden toegerekend en wat de hoogte van het schadebedrag is dat naar het oordeel van de Commissie door de mijnbouwonderneming of, in gevallen als bedoeld in artikel 137 van de Mijnbouwwet, ten laste van het waarborgfonds aan de schademelder dient te worden vergoed.
3. De Limburg kamer van de Commissie heeft als taak om naar aanleiding van een verzoek om advies als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het Besluit tegemoetkoming particuliere woningeigenaren mijnbouwschade steenkoolwinning Limburgadvies uit te brengen.
4. Een schademelding wordt door de Commissie niet in behandeling genomen indien:
a. de schademelding meer dan twaalf maanden na het tijdstip van de geïnduceerde beving, zoals vastgesteld door het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut, is ingediend;
b. deze schade betreft waarvoor door de mijnbouwonderneming of een andere daartoe aangewezen instantie na een melding van schade een vergoeding is vastgesteld;
c. deze schade betreft waarvoor door de mijnbouwonderneming of een andere daartoe aangewezen organisatie na beoordeling van de melding van schade geen vergoeding is vastgesteld, tenzij in de schademelding een andere vermoede schadeoorzaak wordt opgegeven;
d. deze schade betreft waarvoor een schademelding in behandeling is bij een andere daartoe aangewezen organisatie;
e. deze schade betreft waarvoor voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit een melding van schade is gedaan bij de mijnbouwonderneming;
f. een vordering tot vergoeding van de betreffende schade aanhangig is bij de burgerlijke rechter;
g. een mijnbouwonderneming voor de behandeling van de schade waarop de schademelding betrekking heeft met de desbetreffende regio voor inwerkingtreding van dit besluit een lokale regeling heeft getroffen die voorziet in behandeling van de schademelding door een andere daartoe aangewezen organisatie;
h. de burgerlijke rechter uitspraak heeft gedaan over een vordering tot vergoeding van de betreffende schade.
5. De Commissie kan, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, afwijken van het vierde lid, onderdelen a tot en met e, ten einde onbillijkheden van overwegende aard te voorkomen.
6. De Commissie kan op verzoek van een mijnbouwonderneming afwijken van het vierde lid.
7. De Commissie voert haar taak:
a. als bedoeld in het tweede lid uit met toepassing van de bepalingen van het civiele aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht en met inachtneming van het protocol opgenomen in bijlage 1, onderdeel A, B of C;
b. als bedoeld in het derde lid uit met toepassing van de bepalingen van het civiele aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht en met inachtneming van artikel 2, eerste en vierde lid, van het Besluit tegemoetkoming particuliere woningeigenaren mijnbouwschade steenkoolwinning Limburg en het protocol opgenomen in bijlage 1, onderdeel D.
8. Wijziging van:
a. een protocol, als bedoeld in bijlage 1, onderdelen A, B en C, geschiedt na overleg met de Commissie en de betreffende mijnbouwondernemingen; en
b. het protocol, als bedoeld in bijlage 1, onderdeel D, geschiedt na overleg met de Commissie en de vertegenwoordigers van de betrokken regionale overheden.
De Commissie kan de Minister verzoeken om een wijziging van een protocol indien zij aanvulling of aanpassing van een protocol wenselijk of noodzakelijk acht.
9. De Commissie stelt haar eigen werkwijze vast, met inachtneming van het protocol, opgenomen in bijlage 1, en maakt deze werkwijze bekend.
10. De Commissie kan zich laten bijstaan door deskundigen. De werkwijze van de Commissie omvat de wijze waarop onderzoek wordt verricht, de kwaliteitseisen die gesteld worden aan de door de Commissie ingeschakelde deskundigen, de werkwijze van de deskundigen en de vergoeding van hun kosten.