BWBR0043624
Geldig vanaf 2020-06-11
Artikel 3
Instellingsbesluit Commissie Mijnbouwschade
1. De Commissie bestaat uit:
a. een voorzitter van de Commissie, tevens lid, voorzitter van de algemene kamer van de Commissie en vicevoorzitter van de Limburg kamer van de Commissie;
b. een vicevoorzitter van de Commissie, tevens lid, voorzitter van de Limburg kamer van de Commissie en vicevoorzitter van de algemene kamer van de Commissie; en
c. ten minste vier andere leden.
2. De leden van de Commissie worden benoemd, geschorst en ontslagen door de Minister. Benoeming vindt plaats voor een periode van ten hoogste vier jaar.
3. De leden van de Commissie zijn onpartijdig en hun benoeming vindt plaats op grond van de deskundigheid en onpartijdigheid die nodig is voor de uitoefening van de taak van de Commissie.
4. De voorzitter is een rechter of een voormalig rechter, de vicevoorzitter is een rechter, een voormalig rechter of een jurist met ervaring in geschilbeslechting en de leden van de Commissie beschikken gezamenlijk over deskundigheid op het gebied van in ieder geval:
a. het civiele aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht;
b. bestuurlijke en maatschappelijke verhoudingen en omgevingsmanagement;
c. bouwkunde;
d. gesteente en grondmechanica;
e. geohydrologie;
f. gesteldheid van de bodem in het voormalige steenkoolwinningsgebied en de na-ijlende effecten van steenkoolwinning.
5. Schorsing en ontslag van de leden vinden plaats wegens:
a. ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de vervulde functie, of
b. andere zwaarwegende redenen gelegen in de persoon van de betrokkene.
6. De leden van de Commissie worden op eigen verzoek ontslagen.
7. De Commissie kan één van haar leden opdragen namens de Commissie advies uit te brengen over de behandeling van een schademelding.
8. De Minister stelt huisvesting ter beschikking aan de Commissie.
a. een voorzitter van de Commissie, tevens lid, voorzitter van de algemene kamer van de Commissie en vicevoorzitter van de Limburg kamer van de Commissie;
b. een vicevoorzitter van de Commissie, tevens lid, voorzitter van de Limburg kamer van de Commissie en vicevoorzitter van de algemene kamer van de Commissie; en
c. ten minste vier andere leden.
2. De leden van de Commissie worden benoemd, geschorst en ontslagen door de Minister. Benoeming vindt plaats voor een periode van ten hoogste vier jaar.
3. De leden van de Commissie zijn onpartijdig en hun benoeming vindt plaats op grond van de deskundigheid en onpartijdigheid die nodig is voor de uitoefening van de taak van de Commissie.
4. De voorzitter is een rechter of een voormalig rechter, de vicevoorzitter is een rechter, een voormalig rechter of een jurist met ervaring in geschilbeslechting en de leden van de Commissie beschikken gezamenlijk over deskundigheid op het gebied van in ieder geval:
a. het civiele aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht;
b. bestuurlijke en maatschappelijke verhoudingen en omgevingsmanagement;
c. bouwkunde;
d. gesteente en grondmechanica;
e. geohydrologie;
f. gesteldheid van de bodem in het voormalige steenkoolwinningsgebied en de na-ijlende effecten van steenkoolwinning.
5. Schorsing en ontslag van de leden vinden plaats wegens:
a. ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de vervulde functie, of
b. andere zwaarwegende redenen gelegen in de persoon van de betrokkene.
6. De leden van de Commissie worden op eigen verzoek ontslagen.
7. De Commissie kan één van haar leden opdragen namens de Commissie advies uit te brengen over de behandeling van een schademelding.
8. De Minister stelt huisvesting ter beschikking aan de Commissie.