BWBR0043609
Geldig vanaf 2020-06-06
Artikel 9
Subsidieregeling tienjarige ondersteuning iconische rijksmonumenten
1. Voor zover voor de werkzaamheden een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder b, van de Omgevingswetis vereist, vangen de werkzaamheden niet aan zonder of in afwijking van de omgevingsvergunning.
2. Voor zover de werkzaamheden aan het rijksmonument leiden tot een exploitatiewinst die een redelijke winst ontstijgt, wendt de eigenaar die uitsluitend aan ten behoeve van de instandhouding van het rijksmonument.
3. Onverminderd het eerste lid kan de minister een eigenaar bij de subsidieverlening verplichten om:
a. mee te werken aan een onderzoek naar de bouw- of ontstaansgeschiedenis van het rijksmonument;
b. mee te werken aan een onderzoek naar het energieverbruik van het rijksmonument, de bezoekersaantallen en de inzet van vrijwilligers om het rijksmonument toegankelijk te maken;
c. de minister tussentijds te berichten over de voortgang van de werkzaamheden;
d. werkzaamheden uit te voeren volgens in de beroepsgroep geldende normen;
e. het rijksmonument te voorzien van een of meer installaties ter beperking van schade als gevolg van brand of blikseminslag, ter bescherming van de monumentale waarde van het rijksmonument;
f. advies te vragen aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed alvorens met de voorgenomen werkzaamheden wordt gestart, voor zover de monumentale waarde van het rijksmonument of de werkzaamheden daartoe aanleiding vormen;
g. de werkzaamheden onder nader door de minister te stellen voorwaarden te doen begeleiden, indien voor de uitvoering van de werkzaamheden specifieke kennis is vereist;
h. voor de duur van de werkzaamheden een construction allrisks-verzekering af te sluiten; of
i. vanaf de aanvang van de werkzaamheden op eigen kosten het rijksmonument te verzekeren dan wel verzekerd te houden tegen brand-, storm- en bliksemschade en na afloop van de werkzaamheden daartegen verzekerd te houden.
2. Voor zover de werkzaamheden aan het rijksmonument leiden tot een exploitatiewinst die een redelijke winst ontstijgt, wendt de eigenaar die uitsluitend aan ten behoeve van de instandhouding van het rijksmonument.
3. Onverminderd het eerste lid kan de minister een eigenaar bij de subsidieverlening verplichten om:
a. mee te werken aan een onderzoek naar de bouw- of ontstaansgeschiedenis van het rijksmonument;
b. mee te werken aan een onderzoek naar het energieverbruik van het rijksmonument, de bezoekersaantallen en de inzet van vrijwilligers om het rijksmonument toegankelijk te maken;
c. de minister tussentijds te berichten over de voortgang van de werkzaamheden;
d. werkzaamheden uit te voeren volgens in de beroepsgroep geldende normen;
e. het rijksmonument te voorzien van een of meer installaties ter beperking van schade als gevolg van brand of blikseminslag, ter bescherming van de monumentale waarde van het rijksmonument;
f. advies te vragen aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed alvorens met de voorgenomen werkzaamheden wordt gestart, voor zover de monumentale waarde van het rijksmonument of de werkzaamheden daartoe aanleiding vormen;
g. de werkzaamheden onder nader door de minister te stellen voorwaarden te doen begeleiden, indien voor de uitvoering van de werkzaamheden specifieke kennis is vereist;
h. voor de duur van de werkzaamheden een construction allrisks-verzekering af te sluiten; of
i. vanaf de aanvang van de werkzaamheden op eigen kosten het rijksmonument te verzekeren dan wel verzekerd te houden tegen brand-, storm- en bliksemschade en na afloop van de werkzaamheden daartegen verzekerd te houden.