BWBR0043609
Geldig vanaf 2020-06-06
Artikel 4
Subsidieregeling tienjarige ondersteuning iconische rijksmonumenten
1. De minister kan aan een eigenaar subsidie verstrekken ten behoeve van:
a. de instandhouding, met inbegrip van verduurzaming, van het rijksmonument; of
b. de verbetering van de toegankelijkheid van het rijksmonument.
2. Subsidiabel zijn:
a. instandhoudingskosten;
b. verduurzamingskosten en, indien een aanvraag geheel of mede op verduurzamingskosten betrekking heeft, de kosten van een verduurzamingsadvies; en
c. kosten voor toegankelijkheidsverbetering.
3. Onder kosten voor toegankelijkheidsverbetering worden verstaan:
a. de kosten van werkzaamheden die ertoe leiden dat een rijksmonument wordt voorzien van een toegankelijke entree en toegankelijke toiletten voor mensen met een visuele of motorische beperking;
b. de kosten van werkzaamheden die ertoe leiden dat de goederen of diensten die in het rijksmonument worden aangeboden, toegankelijk zijn voor mensen met een visuele of motorische beperking; en
c. de kosten van werkzaamheden ten behoeve van een vergroting van de publiekstoegankelijkheid van het rijksmonument, daaronder mede begrepen kosten van materiële voorzieningen voor het ter plaatse informeren van bezoekers over het rijksmonument of voor het digitaal ontsluiten van het rijksmonument.
4. Op kosten voor toegankelijkheidsverbetering zijn hoofdstuk 1.3, paragrafen 1, 5 en 10, en hoofdstuk 2 van de Leidraadvan overeenkomstige toepassing.
5. De instandhoudingskosten, verduurzamingskosten en kosten van toegankelijkheidsverbetering zijn enkel subsidiabel voor zover zij naar het oordeel van de minister redelijk zijn en voor zover de desbetreffende werkzaamheden naar het oordeel van de minister geen nadelige gevolgen hebben voor het rijksmonument of zijn monumentale waarden.
6. Kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag zijn niet subsidiabel. Hoofdstuk 1.1, onderdeel f, van de Leidraadis niet van toepassing. In afwijking van de eerste volzin en de artikelen 3.2, tweede lid, en 4.3, eerste lid, van de Kaderregelingzijn wel subsidiabel de kosten die betrekking hebben op de voorbereiding van de aanvraag, bestaande uit aanbestedingskosten, leges, en kosten van inspectie, onderzoek, planvorming of rapporten.
a. de instandhouding, met inbegrip van verduurzaming, van het rijksmonument; of
b. de verbetering van de toegankelijkheid van het rijksmonument.
2. Subsidiabel zijn:
a. instandhoudingskosten;
b. verduurzamingskosten en, indien een aanvraag geheel of mede op verduurzamingskosten betrekking heeft, de kosten van een verduurzamingsadvies; en
c. kosten voor toegankelijkheidsverbetering.
3. Onder kosten voor toegankelijkheidsverbetering worden verstaan:
a. de kosten van werkzaamheden die ertoe leiden dat een rijksmonument wordt voorzien van een toegankelijke entree en toegankelijke toiletten voor mensen met een visuele of motorische beperking;
b. de kosten van werkzaamheden die ertoe leiden dat de goederen of diensten die in het rijksmonument worden aangeboden, toegankelijk zijn voor mensen met een visuele of motorische beperking; en
c. de kosten van werkzaamheden ten behoeve van een vergroting van de publiekstoegankelijkheid van het rijksmonument, daaronder mede begrepen kosten van materiële voorzieningen voor het ter plaatse informeren van bezoekers over het rijksmonument of voor het digitaal ontsluiten van het rijksmonument.
4. Op kosten voor toegankelijkheidsverbetering zijn hoofdstuk 1.3, paragrafen 1, 5 en 10, en hoofdstuk 2 van de Leidraadvan overeenkomstige toepassing.
5. De instandhoudingskosten, verduurzamingskosten en kosten van toegankelijkheidsverbetering zijn enkel subsidiabel voor zover zij naar het oordeel van de minister redelijk zijn en voor zover de desbetreffende werkzaamheden naar het oordeel van de minister geen nadelige gevolgen hebben voor het rijksmonument of zijn monumentale waarden.
6. Kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag zijn niet subsidiabel. Hoofdstuk 1.1, onderdeel f, van de Leidraadis niet van toepassing. In afwijking van de eerste volzin en de artikelen 3.2, tweede lid, en 4.3, eerste lid, van de Kaderregelingzijn wel subsidiabel de kosten die betrekking hebben op de voorbereiding van de aanvraag, bestaande uit aanbestedingskosten, leges, en kosten van inspectie, onderzoek, planvorming of rapporten.