BWBR0043609
Geldig vanaf 2020-06-06
Artikel 7
Subsidieregeling tienjarige ondersteuning iconische rijksmonumenten
1. Indien in een aanvraag aanspraak wordt gemaakt op subsidie voor instandhoudingskosten gaat de aanvraag vergezeld van:
a. een plan met betrekking tot de voorgenomen werkzaamheden, dat bestaat uit: 1°. een beschrijving van de technische of fysieke staat van het rijksmonument;
2°. tekeningen van de bestaande toestand van het rijksmonument en tekeningen waarop de voorgenomen werkzaamheden staan aangegeven;
3°. overzichts- en detailfoto’s die een duidelijke indruk geven van het rijksmonument en zijn gebreken;
4°. een op de onder 1° bedoelde omschrijving gebaseerd bestek of een op die beschrijving gebaseerde werkomschrijving;
5°. een gespecificeerde begroting; en
6°. in voorkomende gevallen rapporten inzake bouwfysische, bouwhistorische, constructieve, cultuurhistorische, decoratieve, materiaaltechnische, preventieve of tuinhistorische aspecten;
1°. een beschrijving van de technische of fysieke staat van het rijksmonument;
2°. tekeningen van de bestaande toestand van het rijksmonument en tekeningen waarop de voorgenomen werkzaamheden staan aangegeven;
3°. overzichts- en detailfoto’s die een duidelijke indruk geven van het rijksmonument en zijn gebreken;
4°. een op de onder 1° bedoelde omschrijving gebaseerd bestek of een op die beschrijving gebaseerde werkomschrijving;
5°. een gespecificeerde begroting; en
6°. in voorkomende gevallen rapporten inzake bouwfysische, bouwhistorische, constructieve, cultuurhistorische, decoratieve, materiaaltechnische, preventieve of tuinhistorische aspecten;
b. een actueel inspectierapport over de technische of fysieke staat van het rijksmonument;
c. een financieel dekkingsplan waarin naar het oordeel van de minister voldoende aannemelijk wordt gemaakt dat de financiering van het gedeelte van de instandhoudingkosten dat niet door subsidie wordt gedekt voldoende is gewaarborgd; en
d. een afschrift van de voor de voorgenomen werkzaamheden verleende omgevingsvergunning of een verklaring van het bevoegd gezag dat voor de werkzaamheden op grond van artikel 3a van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht geen omgevingsvergunning is vereist.
2. Indien in een aanvraag aanspraak wordt gemaakt op subsidie voor verduurzamingskosten gaat de aanvraag vergezeld van:
a. een verduurzamingsadvies als bedoeld in bijlage 1;
b. een plan met betrekking tot de verduurzamingswerkzaamheden die worden verricht, dat voldoet aan de aan de verschillende werkzaamheden verbonden indieningsvereisten als bedoeld in bijlage 2 en dat bestaat uit; 1°. een omschrijving van de voorgenomen werkzaamheden;
2°. tekeningen waarop de voorgenomen werkzaamheden staan aangegeven;
3°. een op de onder 1° bedoelde omschrijving gebaseerd bestek of een op die beschrijving gebaseerde werkomschrijving;
4°. een gespecificeerde begroting; en
5°. in voorkomende gevallen ondersteunende rapporten;
1°. een omschrijving van de voorgenomen werkzaamheden;
2°. tekeningen waarop de voorgenomen werkzaamheden staan aangegeven;
3°. een op de onder 1° bedoelde omschrijving gebaseerd bestek of een op die beschrijving gebaseerde werkomschrijving;
4°. een gespecificeerde begroting; en
5°. in voorkomende gevallen ondersteunende rapporten;
c. een financieel dekkingsplan waarin naar het oordeel van de minister voldoende aannemelijk wordt gemaakt dat de financiering van het gedeelte van de verduurzamingskosten dat niet door subsidie wordt gedekt voldoende is gewaarborgd; en
d. een afschrift van de voor de voorgenomen werkzaamheden verleende omgevingsvergunning of een verklaring van het bevoegd gezag dat voor de werkzaamheden op grond van artikel 3a van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht geen omgevingsvergunning is vereist.
3. Indien in een aanvraag aanspraak wordt gemaakt op subsidie voor kosten voor toegankelijkheidsverbetering gaat de aanvraag vergezeld van:
a. een plan met betrekking tot de werkzaamheden die worden verricht in het kader van de verbetering van de publiekstoegankelijkheid of de toegankelijkheid voor mensen met een visuele of motorische beperking van het rijksmonument, ten minste bestaande uit: 1°. een omschrijving van de voorgenomen werkzaamheden en het daarmee te bereiken doel; en
2°. voor zover het fysieke werkzaamheden aan het rijksmonument betreft, tekeningen waarop de voorgenomen werkzaamheden staan aangegeven en, indien de werkzaamheden betrekking hebben op de verbetering van de toegankelijkheid van het rijksmonument voor mensen met een visuele of motorische beperking, bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel a of b, waarop staat aangegeven hoe aan de daar genoemde vereisten wordt voldaan, met inbegrip van de route vanaf de entree;
3°. een op de onder 1° bedoelde omschrijving gebaseerd bestek of een op die beschrijving gebaseerde werkomschrijving;
4°. een gespecificeerde begroting; en
5°. in voorkomende gevallen rapporten inzake bouwhistorische, constructieve, cultuurhistorische, tuinhistorische of toegankelijkheidsaspecten;
1°. een omschrijving van de voorgenomen werkzaamheden en het daarmee te bereiken doel; en
2°. voor zover het fysieke werkzaamheden aan het rijksmonument betreft, tekeningen waarop de voorgenomen werkzaamheden staan aangegeven en, indien de werkzaamheden betrekking hebben op de verbetering van de toegankelijkheid van het rijksmonument voor mensen met een visuele of motorische beperking, bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel a of b, waarop staat aangegeven hoe aan de daar genoemde vereisten wordt voldaan, met inbegrip van de route vanaf de entree;
3°. een op de onder 1° bedoelde omschrijving gebaseerd bestek of een op die beschrijving gebaseerde werkomschrijving;
4°. een gespecificeerde begroting; en
5°. in voorkomende gevallen rapporten inzake bouwhistorische, constructieve, cultuurhistorische, tuinhistorische of toegankelijkheidsaspecten;
b. een financieel dekkingsplan waarin naar het oordeel van de minister voldoende aannemelijk wordt gemaakt dat de financiering van het gedeelte van de kosten voor toegankelijkheidsverbetering dat niet door subsidie wordt gedekt voldoende is gewaarborgd; en
c. een afschrift van de voor de voorgenomen werkzaamheden verleende omgevingsvergunning of een verklaring van het bevoegd gezag dat voor de werkzaamheden op grond van artikel 3a van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht geen omgevingsvergunning is vereist.
4. De minister kan een model vaststellen voor het financieel dekkingsplan en de begroting.
5. Indien een eigenaar op basis van deze regeling een tweede of een daaropvolgende subsidieaanvraag doet, hoeft hij zijn aanvraag niet vergezeld te doen gaan van de stukken, genoemd in het eerste, tweede en derde lid, die de eigenaar bij een eerdere aanvraag op grond van deze regeling reeds aan de minister gezonden heeft en die inhoudelijk niet zijn gewijzigd.
a. een plan met betrekking tot de voorgenomen werkzaamheden, dat bestaat uit: 1°. een beschrijving van de technische of fysieke staat van het rijksmonument;
2°. tekeningen van de bestaande toestand van het rijksmonument en tekeningen waarop de voorgenomen werkzaamheden staan aangegeven;
3°. overzichts- en detailfoto’s die een duidelijke indruk geven van het rijksmonument en zijn gebreken;
4°. een op de onder 1° bedoelde omschrijving gebaseerd bestek of een op die beschrijving gebaseerde werkomschrijving;
5°. een gespecificeerde begroting; en
6°. in voorkomende gevallen rapporten inzake bouwfysische, bouwhistorische, constructieve, cultuurhistorische, decoratieve, materiaaltechnische, preventieve of tuinhistorische aspecten;
1°. een beschrijving van de technische of fysieke staat van het rijksmonument;
2°. tekeningen van de bestaande toestand van het rijksmonument en tekeningen waarop de voorgenomen werkzaamheden staan aangegeven;
3°. overzichts- en detailfoto’s die een duidelijke indruk geven van het rijksmonument en zijn gebreken;
4°. een op de onder 1° bedoelde omschrijving gebaseerd bestek of een op die beschrijving gebaseerde werkomschrijving;
5°. een gespecificeerde begroting; en
6°. in voorkomende gevallen rapporten inzake bouwfysische, bouwhistorische, constructieve, cultuurhistorische, decoratieve, materiaaltechnische, preventieve of tuinhistorische aspecten;
b. een actueel inspectierapport over de technische of fysieke staat van het rijksmonument;
c. een financieel dekkingsplan waarin naar het oordeel van de minister voldoende aannemelijk wordt gemaakt dat de financiering van het gedeelte van de instandhoudingkosten dat niet door subsidie wordt gedekt voldoende is gewaarborgd; en
d. een afschrift van de voor de voorgenomen werkzaamheden verleende omgevingsvergunning of een verklaring van het bevoegd gezag dat voor de werkzaamheden op grond van artikel 3a van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht geen omgevingsvergunning is vereist.
2. Indien in een aanvraag aanspraak wordt gemaakt op subsidie voor verduurzamingskosten gaat de aanvraag vergezeld van:
a. een verduurzamingsadvies als bedoeld in bijlage 1;
b. een plan met betrekking tot de verduurzamingswerkzaamheden die worden verricht, dat voldoet aan de aan de verschillende werkzaamheden verbonden indieningsvereisten als bedoeld in bijlage 2 en dat bestaat uit; 1°. een omschrijving van de voorgenomen werkzaamheden;
2°. tekeningen waarop de voorgenomen werkzaamheden staan aangegeven;
3°. een op de onder 1° bedoelde omschrijving gebaseerd bestek of een op die beschrijving gebaseerde werkomschrijving;
4°. een gespecificeerde begroting; en
5°. in voorkomende gevallen ondersteunende rapporten;
1°. een omschrijving van de voorgenomen werkzaamheden;
2°. tekeningen waarop de voorgenomen werkzaamheden staan aangegeven;
3°. een op de onder 1° bedoelde omschrijving gebaseerd bestek of een op die beschrijving gebaseerde werkomschrijving;
4°. een gespecificeerde begroting; en
5°. in voorkomende gevallen ondersteunende rapporten;
c. een financieel dekkingsplan waarin naar het oordeel van de minister voldoende aannemelijk wordt gemaakt dat de financiering van het gedeelte van de verduurzamingskosten dat niet door subsidie wordt gedekt voldoende is gewaarborgd; en
d. een afschrift van de voor de voorgenomen werkzaamheden verleende omgevingsvergunning of een verklaring van het bevoegd gezag dat voor de werkzaamheden op grond van artikel 3a van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht geen omgevingsvergunning is vereist.
3. Indien in een aanvraag aanspraak wordt gemaakt op subsidie voor kosten voor toegankelijkheidsverbetering gaat de aanvraag vergezeld van:
a. een plan met betrekking tot de werkzaamheden die worden verricht in het kader van de verbetering van de publiekstoegankelijkheid of de toegankelijkheid voor mensen met een visuele of motorische beperking van het rijksmonument, ten minste bestaande uit: 1°. een omschrijving van de voorgenomen werkzaamheden en het daarmee te bereiken doel; en
2°. voor zover het fysieke werkzaamheden aan het rijksmonument betreft, tekeningen waarop de voorgenomen werkzaamheden staan aangegeven en, indien de werkzaamheden betrekking hebben op de verbetering van de toegankelijkheid van het rijksmonument voor mensen met een visuele of motorische beperking, bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel a of b, waarop staat aangegeven hoe aan de daar genoemde vereisten wordt voldaan, met inbegrip van de route vanaf de entree;
3°. een op de onder 1° bedoelde omschrijving gebaseerd bestek of een op die beschrijving gebaseerde werkomschrijving;
4°. een gespecificeerde begroting; en
5°. in voorkomende gevallen rapporten inzake bouwhistorische, constructieve, cultuurhistorische, tuinhistorische of toegankelijkheidsaspecten;
1°. een omschrijving van de voorgenomen werkzaamheden en het daarmee te bereiken doel; en
2°. voor zover het fysieke werkzaamheden aan het rijksmonument betreft, tekeningen waarop de voorgenomen werkzaamheden staan aangegeven en, indien de werkzaamheden betrekking hebben op de verbetering van de toegankelijkheid van het rijksmonument voor mensen met een visuele of motorische beperking, bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel a of b, waarop staat aangegeven hoe aan de daar genoemde vereisten wordt voldaan, met inbegrip van de route vanaf de entree;
3°. een op de onder 1° bedoelde omschrijving gebaseerd bestek of een op die beschrijving gebaseerde werkomschrijving;
4°. een gespecificeerde begroting; en
5°. in voorkomende gevallen rapporten inzake bouwhistorische, constructieve, cultuurhistorische, tuinhistorische of toegankelijkheidsaspecten;
b. een financieel dekkingsplan waarin naar het oordeel van de minister voldoende aannemelijk wordt gemaakt dat de financiering van het gedeelte van de kosten voor toegankelijkheidsverbetering dat niet door subsidie wordt gedekt voldoende is gewaarborgd; en
c. een afschrift van de voor de voorgenomen werkzaamheden verleende omgevingsvergunning of een verklaring van het bevoegd gezag dat voor de werkzaamheden op grond van artikel 3a van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht geen omgevingsvergunning is vereist.
4. De minister kan een model vaststellen voor het financieel dekkingsplan en de begroting.
5. Indien een eigenaar op basis van deze regeling een tweede of een daaropvolgende subsidieaanvraag doet, hoeft hij zijn aanvraag niet vergezeld te doen gaan van de stukken, genoemd in het eerste, tweede en derde lid, die de eigenaar bij een eerdere aanvraag op grond van deze regeling reeds aan de minister gezonden heeft en die inhoudelijk niet zijn gewijzigd.