BWBR0043602
Geldig vanaf 2020-10-22
Artikel 2b
Regeling maatregelen Sars-CoV-2 bij nertsen
Wanneer op een nertsenhouderij waar na afloop van de pelsperiode nog nertsen aanwezig zijn in de periode van maandag tot en met zondag geen of hoogstens 4 nertsen natuurlijk zijn gestorven:
a. laat de houder zo spoedig mogelijk daarna overeenkomstig het onderzoeksprotocol: 1°. veegmonsters nemen in de nertsenverblijfplaats door een dierenarts;
2°. de nertsen onderwerpen aan een klinische inspectie door een dierenarts; en
3°. het rapport van de inspectie, samen met de monsters verzenden aan de Gezondheidsdienst voor Dieren; en
1°. veegmonsters nemen in de nertsenverblijfplaats door een dierenarts;
2°. de nertsen onderwerpen aan een klinische inspectie door een dierenarts; en
3°. het rapport van de inspectie, samen met de monsters verzenden aan de Gezondheidsdienst voor Dieren; en
b. de veegmonsters onderzoeken op de aanwezigheid SARS-CoV-2 door het laboratorium van de Gezondheidsdienst voor Dieren.
a. laat de houder zo spoedig mogelijk daarna overeenkomstig het onderzoeksprotocol: 1°. veegmonsters nemen in de nertsenverblijfplaats door een dierenarts;
2°. de nertsen onderwerpen aan een klinische inspectie door een dierenarts; en
3°. het rapport van de inspectie, samen met de monsters verzenden aan de Gezondheidsdienst voor Dieren; en
1°. veegmonsters nemen in de nertsenverblijfplaats door een dierenarts;
2°. de nertsen onderwerpen aan een klinische inspectie door een dierenarts; en
3°. het rapport van de inspectie, samen met de monsters verzenden aan de Gezondheidsdienst voor Dieren; en
b. de veegmonsters onderzoeken op de aanwezigheid SARS-CoV-2 door het laboratorium van de Gezondheidsdienst voor Dieren.