BWBR0043540
Geldig vanaf 2020-07-18
Artikel 3
Besluit Woningbouwimpuls 2020
1. Bij ministeriële regeling wordt het bedrag vastgesteld dat in totaal ten hoogste aan specifieke uitkeringen kan worden verstrekt. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de indexering van dit bedrag.
2. Onze Minister stelt het bedrag vast dat ten behoeve van de aanvragen in een aanvraagtijdvak bedoeld in artikel 4, eerste lid, ten hoogste aan specifieke uitkeringen kan worden verstrekt, en maakt dit tegelijk met de bekendmaking van het aanvraagtijdvak bekend.
3. In afwijking van het tweede lid maakt Onze Minister het bedrag dat ten hoogste aan specifieke uitkeringen kan worden verstrekt ten behoeve van de aanvragen die zijn ingediend in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, tweede lid, bekend op het tijdstip waarop dat aanvraagtijdvak aanvangt.
4. Specifieke uitkeringen worden per aanvraagtijdvak toegekend op volgorde van de rangschikking, bedoeld in artikel 5, eerste lid.
2. Onze Minister stelt het bedrag vast dat ten behoeve van de aanvragen in een aanvraagtijdvak bedoeld in artikel 4, eerste lid, ten hoogste aan specifieke uitkeringen kan worden verstrekt, en maakt dit tegelijk met de bekendmaking van het aanvraagtijdvak bekend.
3. In afwijking van het tweede lid maakt Onze Minister het bedrag dat ten hoogste aan specifieke uitkeringen kan worden verstrekt ten behoeve van de aanvragen die zijn ingediend in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, tweede lid, bekend op het tijdstip waarop dat aanvraagtijdvak aanvangt.
4. Specifieke uitkeringen worden per aanvraagtijdvak toegekend op volgorde van de rangschikking, bedoeld in artikel 5, eerste lid.