BWBR0043437
Geldig vanaf 2020-04-30
Artikel 8
Subsidieregeling renovatieversneller
Een subsidie wordt, onverminderd het bepaalde in de artikelen 12en 13 van het Kaderbesluit, in ieder geval afgewezen:
a. voor zover voor een woning in het renovatieproject reeds subsidie is verstrekt op grond van deze regeling;
b. indien een woningeigenaar een onderneming is in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, achttiende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening of een onderneming ten aanzien waarvan een bevel tot terugvordering van steun uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
c. voor zover aan de woningeigenaar in totaal meer subsidie verstrekt zou worden dan geoorloofd is op grond van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
d. voor zover voor de renovatie van een woning het forfaitaire bedrag hoger is dan 30 procent van de subsidiabele kosten, zijnde de bijkomende investeringskosten, bedoeld in de artikelen 38, derde lid, en 41, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
e. indien de uitvoeringskwaliteit van het renovatieproject, inclusief het betrekken van de bewoners, niet voldoende is; of
f. indien de kwaliteit van het verduurzamingsplan niet voldoende is.
a. voor zover voor een woning in het renovatieproject reeds subsidie is verstrekt op grond van deze regeling;
b. indien een woningeigenaar een onderneming is in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, achttiende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening of een onderneming ten aanzien waarvan een bevel tot terugvordering van steun uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
c. voor zover aan de woningeigenaar in totaal meer subsidie verstrekt zou worden dan geoorloofd is op grond van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
d. voor zover voor de renovatie van een woning het forfaitaire bedrag hoger is dan 30 procent van de subsidiabele kosten, zijnde de bijkomende investeringskosten, bedoeld in de artikelen 38, derde lid, en 41, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
e. indien de uitvoeringskwaliteit van het renovatieproject, inclusief het betrekken van de bewoners, niet voldoende is; of
f. indien de kwaliteit van het verduurzamingsplan niet voldoende is.