BWBR0043161
Geldig vanaf 14-02-2020
Artikel 9
Regeling Vierjarige Instellingssubsidie Creatieve Industrie 2021–2024
1. Er kan slechts subsidie worden verleend aan de instelling als er voldoende borging is op het gebied van de inhoudelijke uitvoering en de financiële en organisatorische situatie. Dit betekent dat er in ieder geval sprake moet zijn van een activiteitenplan dat bestaat uit zes te onderscheiden delen.
a. Een beschrijving van missie, visie en het profiel van de instelling.
b. Een (korte) reflectie op de uitvoering van de activiteiten en het functioneren van de instelling tijdens de periode 2017 tot en met 2019.
c. Een beschrijving van de activiteiten die de instelling in de periode 2021–2024 wil uitvoeren.
d. Eerlijke beloning en gezonde bedrijfsvoering: Wat is het beloningsbeleid van de organisatie? Hoe past dit in de bedrijfsvoering en in hoeverre sluit dit aan bij de bestaande afspraken over honorering zoals geldende cao, andere collectieve afspraken of collectieve richtlijnen?
e. Geografische spreiding: een beschrijving van de wijze en de intensiteit van de verbondenheid van de instelling met de eigen stedelijke cultuurregio.
f. Een reflectie op de criteria van deze regeling. Het gaat hier per criterium in ieder geval om de volgende hoofdvragen: i. Kwaliteit: op welke wijze slaagt de instelling erin om de artistieke/ inhoudelijke activiteiten uit te voeren op een niveau dat kwalitatief hoogstaand en van landelijk belang is?
ii. Vernieuwing: op welk(e) vlak(ken) dragen de activiteiten en bedrijfsvoering bij aan vernieuwing van de discipline, (praktijken in) de sector of de maatschappij?
iii. Participatie: op welke wijze dragen de activiteiten ertoe bij om – passend binnen het profiel van de instelling – bestaand en nieuw publiek te bereiken en het maatschappelijke belang van de instelling te vergroten?
iv. Bedrijfsvoering en governance: laat de aanvraag in voldoende mate zien dat de bedrijfsvoering en de governance structuur, de instelling in staat stelt om gedurende het subsidietijdvak op verantwoorde wijze te functioneren en de geplande activiteiten op financieel gezonde wijze uit te voeren?
i. Kwaliteit: op welke wijze slaagt de instelling erin om de artistieke/ inhoudelijke activiteiten uit te voeren op een niveau dat kwalitatief hoogstaand en van landelijk belang is?
ii. Vernieuwing: op welk(e) vlak(ken) dragen de activiteiten en bedrijfsvoering bij aan vernieuwing van de discipline, (praktijken in) de sector of de maatschappij?
iii. Participatie: op welke wijze dragen de activiteiten ertoe bij om – passend binnen het profiel van de instelling – bestaand en nieuw publiek te bereiken en het maatschappelijke belang van de instelling te vergroten?
iv. Bedrijfsvoering en governance: laat de aanvraag in voldoende mate zien dat de bedrijfsvoering en de governance structuur, de instelling in staat stelt om gedurende het subsidietijdvak op verantwoorde wijze te functioneren en de geplande activiteiten op financieel gezonde wijze uit te voeren?
2. De mate waarin de instelling in onderling verband voldoet aan de criteria in het eerste lid, onder f, bepaalt overeenkomstig het bepaalde in artikel 15 in hoeverre deze in aanmerking komt voor een vierjarige ondersteuning.
3. Om voor een bijdrage in aanmerking te komen moet een instelling gevestigd zijn in een der landen van het Koninkrijk en ingeschreven staan in het Handelsregister van het betreffende land.
a. Een beschrijving van missie, visie en het profiel van de instelling.
b. Een (korte) reflectie op de uitvoering van de activiteiten en het functioneren van de instelling tijdens de periode 2017 tot en met 2019.
c. Een beschrijving van de activiteiten die de instelling in de periode 2021–2024 wil uitvoeren.
d. Eerlijke beloning en gezonde bedrijfsvoering: Wat is het beloningsbeleid van de organisatie? Hoe past dit in de bedrijfsvoering en in hoeverre sluit dit aan bij de bestaande afspraken over honorering zoals geldende cao, andere collectieve afspraken of collectieve richtlijnen?
e. Geografische spreiding: een beschrijving van de wijze en de intensiteit van de verbondenheid van de instelling met de eigen stedelijke cultuurregio.
f. Een reflectie op de criteria van deze regeling. Het gaat hier per criterium in ieder geval om de volgende hoofdvragen: i. Kwaliteit: op welke wijze slaagt de instelling erin om de artistieke/ inhoudelijke activiteiten uit te voeren op een niveau dat kwalitatief hoogstaand en van landelijk belang is?
ii. Vernieuwing: op welk(e) vlak(ken) dragen de activiteiten en bedrijfsvoering bij aan vernieuwing van de discipline, (praktijken in) de sector of de maatschappij?
iii. Participatie: op welke wijze dragen de activiteiten ertoe bij om – passend binnen het profiel van de instelling – bestaand en nieuw publiek te bereiken en het maatschappelijke belang van de instelling te vergroten?
iv. Bedrijfsvoering en governance: laat de aanvraag in voldoende mate zien dat de bedrijfsvoering en de governance structuur, de instelling in staat stelt om gedurende het subsidietijdvak op verantwoorde wijze te functioneren en de geplande activiteiten op financieel gezonde wijze uit te voeren?
i. Kwaliteit: op welke wijze slaagt de instelling erin om de artistieke/ inhoudelijke activiteiten uit te voeren op een niveau dat kwalitatief hoogstaand en van landelijk belang is?
ii. Vernieuwing: op welk(e) vlak(ken) dragen de activiteiten en bedrijfsvoering bij aan vernieuwing van de discipline, (praktijken in) de sector of de maatschappij?
iii. Participatie: op welke wijze dragen de activiteiten ertoe bij om – passend binnen het profiel van de instelling – bestaand en nieuw publiek te bereiken en het maatschappelijke belang van de instelling te vergroten?
iv. Bedrijfsvoering en governance: laat de aanvraag in voldoende mate zien dat de bedrijfsvoering en de governance structuur, de instelling in staat stelt om gedurende het subsidietijdvak op verantwoorde wijze te functioneren en de geplande activiteiten op financieel gezonde wijze uit te voeren?
2. De mate waarin de instelling in onderling verband voldoet aan de criteria in het eerste lid, onder f, bepaalt overeenkomstig het bepaalde in artikel 15 in hoeverre deze in aanmerking komt voor een vierjarige ondersteuning.
3. Om voor een bijdrage in aanmerking te komen moet een instelling gevestigd zijn in een der landen van het Koninkrijk en ingeschreven staan in het Handelsregister van het betreffende land.
- Citeren als
- Art. 9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0043161
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl