BWBR0043161
Geldig vanaf 14-02-2020
Artikel 12
Regeling Vierjarige Instellingssubsidie Creatieve Industrie 2021–2024
1. De begroting behelst een overzicht van de per jaar geraamde baten en lasten van de aanvrager gedurende het eerste tot en met het vierde jaar. Bij de inrichting van de meerjarenbegroting dient de instelling zich te houden aan het model voor de meerjarenbegroting, dat is vastgesteld door het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en bekendgemaakt op de website www.stimuleringsfonds.nl.
2. De meerjarenbegroting bestaat uit vier onderdelen:
a. gespecificeerd overzicht van de activiteitenlasten;
b. gespecificeerd overzicht van de beheerslasten;
c. gespecificeerd overzicht van de baten (financiële dekking); en
d. samenvatting van de baten en lasten en het resultaat.
3. De begroting bevat een postgewijze toelichting.
4. De begroting moet een prestatieoverzicht omvatten dat een beknopt inzichtelijk kwantitatief overzicht bevat van de te verrichten activiteiten in elk van de vier jaren van de periode waarvoor de subsidie wordt gevraagd.
5. Er wordt geen subsidie verleend aan of ten behoeve van:
a. onderwijsprogramma’s en aanverwante activiteiten van onderwijsinstellingen;
b. instellingen voor hbo en aan universiteiten;
c. studiereizen;
d. arbeidskosten voor medewerkers van rijks-, provinciale en gemeentelijke instellingen;
e. het verwerven van eigendommen;
f. reguliere bouw- en restauratiekosten; en
g. inrichtings-, restauratie- en verbouwingsplannen.
2. De meerjarenbegroting bestaat uit vier onderdelen:
a. gespecificeerd overzicht van de activiteitenlasten;
b. gespecificeerd overzicht van de beheerslasten;
c. gespecificeerd overzicht van de baten (financiële dekking); en
d. samenvatting van de baten en lasten en het resultaat.
3. De begroting bevat een postgewijze toelichting.
4. De begroting moet een prestatieoverzicht omvatten dat een beknopt inzichtelijk kwantitatief overzicht bevat van de te verrichten activiteiten in elk van de vier jaren van de periode waarvoor de subsidie wordt gevraagd.
5. Er wordt geen subsidie verleend aan of ten behoeve van:
a. onderwijsprogramma’s en aanverwante activiteiten van onderwijsinstellingen;
b. instellingen voor hbo en aan universiteiten;
c. studiereizen;
d. arbeidskosten voor medewerkers van rijks-, provinciale en gemeentelijke instellingen;
e. het verwerven van eigendommen;
f. reguliere bouw- en restauratiekosten; en
g. inrichtings-, restauratie- en verbouwingsplannen.
- Citeren als
- Art. 12
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0043161
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl