BWBR0043161
Geldig vanaf 14-02-2020
Artikel 8
Regeling Vierjarige Instellingssubsidie Creatieve Industrie 2021–2024
1. Op basis van deze regeling kan alleen subsidie verstrekt worden:
a. indien de subsidie per aanvrager minimaal € 200.000 per kalenderjaar bedraagt;
b. indien de subsidie per aanvrager niet meer dan € 550.000 per kalenderjaar bedraagt;
c. indien de totale door het Stimuleringsfonds te verstrekken subsidie niet meer bedraagt dan 80% van de subsidiabele kosten;
d. indien de aanvrager voor zijn kernactiviteit geen subsidie ontvangt van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op grond van de regeling op het specifiek cultuurbeleid, een ander ministerie of op basis van een regeling voor meerjarige programma’s van een van de andere Rijkscultuurfondsen; en
e. indien minimaal 20% van de subsidiabele kosten, binnen de totale inkomstenstroom gedurende de gehele subsidieperiode, afkomstig is uit andere inkomstenbronnen dan subsidie van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of op basis van subsidie van andere Rijkscultuurfondsen.
2. Voor zover de aanvrager voor dezelfde begrote lasten tevens subsidie heeft aangevraagd bij een of meer andere bestuursorganen, maakt hij dat inzichtelijk binnen de ingediende begroting en licht hij dat inhoudelijk toe in de aanvraag.
3. Instellingen die op basis van deze regeling subsidie ontvangen, kunnen gedurende de uitvoering geen aanspraak maken op subsidies uit de deelregelingen Architectuur, Vormgeving, DigitaleCultuur, Activiteitenprogramma’s en Festivals van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie.
a. indien de subsidie per aanvrager minimaal € 200.000 per kalenderjaar bedraagt;
b. indien de subsidie per aanvrager niet meer dan € 550.000 per kalenderjaar bedraagt;
c. indien de totale door het Stimuleringsfonds te verstrekken subsidie niet meer bedraagt dan 80% van de subsidiabele kosten;
d. indien de aanvrager voor zijn kernactiviteit geen subsidie ontvangt van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op grond van de regeling op het specifiek cultuurbeleid, een ander ministerie of op basis van een regeling voor meerjarige programma’s van een van de andere Rijkscultuurfondsen; en
e. indien minimaal 20% van de subsidiabele kosten, binnen de totale inkomstenstroom gedurende de gehele subsidieperiode, afkomstig is uit andere inkomstenbronnen dan subsidie van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of op basis van subsidie van andere Rijkscultuurfondsen.
2. Voor zover de aanvrager voor dezelfde begrote lasten tevens subsidie heeft aangevraagd bij een of meer andere bestuursorganen, maakt hij dat inzichtelijk binnen de ingediende begroting en licht hij dat inhoudelijk toe in de aanvraag.
3. Instellingen die op basis van deze regeling subsidie ontvangen, kunnen gedurende de uitvoering geen aanspraak maken op subsidies uit de deelregelingen Architectuur, Vormgeving, DigitaleCultuur, Activiteitenprogramma’s en Festivals van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0043161
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl