BWBR0043000
Geldig vanaf 2020-01-01
Artikel 5
Mandaatbesluit Algemene Zaken 2020
1. Aan de secretaris-generaal wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op het gebied van de ambtelijke leiding van al hetgeen het ministerie betreft, zoals nader omschreven in de toelichting bij het koninklijk besluit van 18 oktober 1988, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal (Stb. 1988, 499).
2. Aangelegenheden op het gebied van:
a. de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT);
b. de Wet hergebruik van overheidsinformatie, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst;
c. de Algemene Verordening Gegevensbescherming, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst.
3. De secretaris-generaal heeft:
a. volmacht ten aanzien van personeelsgelegenheden betreffende arbeidsovereenkomsten met alle medewerkers van het ministerie;
b. machtiging tot het vaststellen van het personeelsreglement AZ, het vaststellen van reorganisaties en het geven van aanwijzingen en instructies aan de diensthoofden.
4. De secretaris-generaal heeft bij uitsluiting van anderen mandaat ten aanzien van de volgende bevoegdheden, er wordt geen ondermandaat verleend met betrekking tot:
a. te sluiten en gesloten arbeidsovereenkomsten betreffende diensthoofden, met uitzondering van hen die behoren tot de Topmanagementgroep;
b. het vaststellen van het personeelsreglement AZ en reorganisaties;
c. hardheidsclausules, dan wel afwijkingen – voor zover niet in strijd met dwingendrechtelijke wettelijke bepalingen – naar redelijkheid en billijkheid;
d. verzoeken om door te werken na de AOW gerechtigde leeftijd;
e. het toekennen van financiële regelingen, extra uitkeringen bij ontslag en schadeloosstellingen vanaf een bedrag van € 25.000,– (lees: vijfentwintigduizend euro);
f. het aanwijzen van een Van Werk Naar Werk-kandidaat (VWNW-kandidaat);
g. stukken gericht aan de Nationale ombudsman;
h. de afwikkeling van een gemeld vermoeden van een misstand.
2. Aangelegenheden op het gebied van:
a. de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT);
b. de Wet hergebruik van overheidsinformatie, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst;
c. de Algemene Verordening Gegevensbescherming, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst.
3. De secretaris-generaal heeft:
a. volmacht ten aanzien van personeelsgelegenheden betreffende arbeidsovereenkomsten met alle medewerkers van het ministerie;
b. machtiging tot het vaststellen van het personeelsreglement AZ, het vaststellen van reorganisaties en het geven van aanwijzingen en instructies aan de diensthoofden.
4. De secretaris-generaal heeft bij uitsluiting van anderen mandaat ten aanzien van de volgende bevoegdheden, er wordt geen ondermandaat verleend met betrekking tot:
a. te sluiten en gesloten arbeidsovereenkomsten betreffende diensthoofden, met uitzondering van hen die behoren tot de Topmanagementgroep;
b. het vaststellen van het personeelsreglement AZ en reorganisaties;
c. hardheidsclausules, dan wel afwijkingen – voor zover niet in strijd met dwingendrechtelijke wettelijke bepalingen – naar redelijkheid en billijkheid;
d. verzoeken om door te werken na de AOW gerechtigde leeftijd;
e. het toekennen van financiële regelingen, extra uitkeringen bij ontslag en schadeloosstellingen vanaf een bedrag van € 25.000,– (lees: vijfentwintigduizend euro);
f. het aanwijzen van een Van Werk Naar Werk-kandidaat (VWNW-kandidaat);
g. stukken gericht aan de Nationale ombudsman;
h. de afwikkeling van een gemeld vermoeden van een misstand.