BWBR0043000
Geldig vanaf 2020-01-01
Artikel 10
Mandaatbesluit Algemene Zaken 2020
1. Aan het diensthoofd wordt mandaat verleend ten aanzien van de aangelegenheden die verband houden met de taken en verantwoordelijkheden op hun werkterrein en conform hun goedgekeurde prestatieplan (jaarplan en budget).
2. Onverminderd het bepaalde in dit besluit, heeft het mandaat van het diensthoofd in ieder geval betrekking op:
a. het uitoefenen van integraal management waaronder het leidinggeven aan de rechtstreeks onder het diensthoofd ressorterende medewerkers, met inbegrip van aangelegenheden op organisatorisch, personeel, financieel en materieel gebied;
b. het vaststellen van capaciteitsplannen binnen de door de secretaris-generaal vastgestelde formatie van de onder de diensthoofden ressorterende dienstonderdelen;
c. het beheer van de archiefbescheiden van de onder het diensthoofd ressorterende dienstonderdelen op grond van de desbetreffende departementale regelgeving;
d. het afnemen van de eed of de belofte van medewerkers die worden aangesteld bij een onder het diensthoofd ressorterend dienstonderdeel.
2. Onverminderd het bepaalde in dit besluit, heeft het mandaat van het diensthoofd in ieder geval betrekking op:
a. het uitoefenen van integraal management waaronder het leidinggeven aan de rechtstreeks onder het diensthoofd ressorterende medewerkers, met inbegrip van aangelegenheden op organisatorisch, personeel, financieel en materieel gebied;
b. het vaststellen van capaciteitsplannen binnen de door de secretaris-generaal vastgestelde formatie van de onder de diensthoofden ressorterende dienstonderdelen;
c. het beheer van de archiefbescheiden van de onder het diensthoofd ressorterende dienstonderdelen op grond van de desbetreffende departementale regelgeving;
d. het afnemen van de eed of de belofte van medewerkers die worden aangesteld bij een onder het diensthoofd ressorterend dienstonderdeel.