BWBR0042978
Geldig vanaf 2020-01-01
Artikel 4:2
Regeling tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen
1. De Minister stelt op algemeen toegankelijke wijze informatie beschikbaar over:
a. de wijze waarop de veroordeelde om een betalingsregeling kan verzoeken;
b. de vereisten om in aanmerking te komen voor een betalingsregeling;
c. de gevallen waarin de betalingsregeling eindigt, alsmede de gevallen waarin de Minister overgaat tot opschorting of beëindiging van de betalingsregeling.
2. De Minister betrekt in de overwegingen om een betalingsregeling toe te staan of te weigeren alle openstaande vorderingen van de veroordeelde.
3. De veroordeelde komt in ieder geval niet in aanmerking voor een betalingsregeling, indien:
a. de veroordeelde de voor de betalingsregeling benodigde gegevens niet binnen de daarvoor gestelde redelijke termijn overlegt, dan wel verwijtbaar onjuiste gegevens overlegt;
b. de veroordeelde anderszins onvoldoende medewerking verleent ten behoeve van een zorgvuldige beoordeling van diens verzoek.
4. De Minister bericht de veroordeelde op duidelijke en gepaste wijze over de voorwaarden die worden verbonden aan de betalingsregeling, waaronder in ieder geval de betaaltermijnen en termijnbedragen.
5. De Minister kan een betalingsregeling wijzigen of beëindigen, indien gewijzigde omstandigheden hiertoe aanleiding geven.
6. De Minister kan een betalingsregeling in ieder geval beëindigen, indien:
a. niet langer wordt voldaan aan de vereisten om voor een betalingsregeling in aanmerking te komen;
b. niet of niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden verbonden aan de betalingsregeling.
a. de wijze waarop de veroordeelde om een betalingsregeling kan verzoeken;
b. de vereisten om in aanmerking te komen voor een betalingsregeling;
c. de gevallen waarin de betalingsregeling eindigt, alsmede de gevallen waarin de Minister overgaat tot opschorting of beëindiging van de betalingsregeling.
2. De Minister betrekt in de overwegingen om een betalingsregeling toe te staan of te weigeren alle openstaande vorderingen van de veroordeelde.
3. De veroordeelde komt in ieder geval niet in aanmerking voor een betalingsregeling, indien:
a. de veroordeelde de voor de betalingsregeling benodigde gegevens niet binnen de daarvoor gestelde redelijke termijn overlegt, dan wel verwijtbaar onjuiste gegevens overlegt;
b. de veroordeelde anderszins onvoldoende medewerking verleent ten behoeve van een zorgvuldige beoordeling van diens verzoek.
4. De Minister bericht de veroordeelde op duidelijke en gepaste wijze over de voorwaarden die worden verbonden aan de betalingsregeling, waaronder in ieder geval de betaaltermijnen en termijnbedragen.
5. De Minister kan een betalingsregeling wijzigen of beëindigen, indien gewijzigde omstandigheden hiertoe aanleiding geven.
6. De Minister kan een betalingsregeling in ieder geval beëindigen, indien:
a. niet langer wordt voldaan aan de vereisten om voor een betalingsregeling in aanmerking te komen;
b. niet of niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden verbonden aan de betalingsregeling.