BWBR0042978
Geldig vanaf 2020-01-01
Artikel 4:1
Regeling tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen
1. Met inachtneming van artikel 6:4:2, vijfde en zesde lid, van de wetbestemt de Minister gelden die voortvloeien uit een ongerichte betaling op vorderingen ter zake van een opgelegde geldelijke sanctie alsmede bijkomende vorderingen, overeenkomstig de navolgende volgorde:
a. schadevergoedingsmaatregelen;
b. geldboetes die bij strafbeschikking zijn opgelegd;
c. buitenlandse geldelijke sancties, met uitzondering van confiscatiebeslissingen;
d. kosten van openbaarmaking van uitspraken van bijkomende straffen;
e. geldboetes die bij vonnis zijn opgelegd;
f. buitenlandse confiscatiebeslissingen;
g. ontnemingsmaatregelen;
h. overige geldelijke sancties.
2. De Minister kan bij de bestemming van gelden die zijn ontvangen uit een ongerichte betaling afwijken van de volgorde, bedoeld in het eerste lid, indien uitzonderlijke omstandigheden hiertoe aanleiding geven.
a. schadevergoedingsmaatregelen;
b. geldboetes die bij strafbeschikking zijn opgelegd;
c. buitenlandse geldelijke sancties, met uitzondering van confiscatiebeslissingen;
d. kosten van openbaarmaking van uitspraken van bijkomende straffen;
e. geldboetes die bij vonnis zijn opgelegd;
f. buitenlandse confiscatiebeslissingen;
g. ontnemingsmaatregelen;
h. overige geldelijke sancties.
2. De Minister kan bij de bestemming van gelden die zijn ontvangen uit een ongerichte betaling afwijken van de volgorde, bedoeld in het eerste lid, indien uitzonderlijke omstandigheden hiertoe aanleiding geven.