BWBR0042978
Geldig vanaf 2020-01-01
Artikel 2:2
Regeling tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen
1. De Minister kan een oproep aan de veroordeelde om zich te melden bij de inrichting te allen tijde intrekken. De Minister kan de oproep in ieder geval intrekken, indien:
a. de afweging om de veroordeelde op te roepen berust op zodanig onjuiste of onvolledige informatie dat kennis van de juiste en volledige informatie tot een andere afweging zou hebben geleid;
b. na de oproep zich zodanig nieuwe of gewijzigde feiten of omstandigheden voordoen dat de Minister overgaat tot het geven van een last tot aanhouding van de veroordeelde;
c. na de oproep een vonnis of arrest in een andere strafzaak onherroepelijk is geworden waarbij een vrijheidsbenemende sanctie is opgelegd.
2. De oproep vervalt in ieder geval op het moment dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen.
a. de afweging om de veroordeelde op te roepen berust op zodanig onjuiste of onvolledige informatie dat kennis van de juiste en volledige informatie tot een andere afweging zou hebben geleid;
b. na de oproep zich zodanig nieuwe of gewijzigde feiten of omstandigheden voordoen dat de Minister overgaat tot het geven van een last tot aanhouding van de veroordeelde;
c. na de oproep een vonnis of arrest in een andere strafzaak onherroepelijk is geworden waarbij een vrijheidsbenemende sanctie is opgelegd.
2. De oproep vervalt in ieder geval op het moment dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen.