BWBR0042852
Geldig vanaf 2019-12-08
Artikel 7
Regeling eenmalige specifieke uitkering Gemeente in verband met de versterking van de lokale integrale aanpak van radicalisering, extremisme en terrorisme
1. Het totale bedrag van de te verlenen uitkeringen op grond van artikel 2bedraagt maximaal € 7.000.000,00.
2. Op de aanvraag wordt positief beslist indien uit het ingediende plan en de daarbij behorende begroting blijkt dat de aanpak van radicalisering, extremisme en terrorisme in de gemeente of de regio van de hoofdaanvrager noodzakelijk is.
3. In afwijking van het tweede lid wordt op een aanvraag die geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op een activiteit waarvoor € 100.000,00 of meer wordt aangevraagd voor wat deze activiteit betreft slechts positief beslist, indien de gemeente of hoofdaanvrager bereid is met betrekking tot deze activiteit een gedegen door een onafhankelijke organisatie opgestelde effectevaluatie uit te laten voeren.
4. Bij de beoordeling van de aanvraag om een specifieke uitkering houdt de minister rekening met de behoeften, de dreiging en de weerbaarheid van de gemeente of de regio waarbinnen de gemeente ligt.
5. Met inachtneming van het vierde lid, verdeelt de minister het bedrag, genoemd in het eerste lid, naar evenredigheid.
2. Op de aanvraag wordt positief beslist indien uit het ingediende plan en de daarbij behorende begroting blijkt dat de aanpak van radicalisering, extremisme en terrorisme in de gemeente of de regio van de hoofdaanvrager noodzakelijk is.
3. In afwijking van het tweede lid wordt op een aanvraag die geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op een activiteit waarvoor € 100.000,00 of meer wordt aangevraagd voor wat deze activiteit betreft slechts positief beslist, indien de gemeente of hoofdaanvrager bereid is met betrekking tot deze activiteit een gedegen door een onafhankelijke organisatie opgestelde effectevaluatie uit te laten voeren.
4. Bij de beoordeling van de aanvraag om een specifieke uitkering houdt de minister rekening met de behoeften, de dreiging en de weerbaarheid van de gemeente of de regio waarbinnen de gemeente ligt.
5. Met inachtneming van het vierde lid, verdeelt de minister het bedrag, genoemd in het eerste lid, naar evenredigheid.