BWBR0042852
Geldig vanaf 2019-12-08
Artikel 4
Regeling eenmalige specifieke uitkering Gemeente in verband met de versterking van de lokale integrale aanpak van radicalisering, extremisme en terrorisme
1. Zowel de gemeente als de hoofdaanvrager kunnen een aanvraag voor de eenmalige specifieke uitkering, bedoeld in artikel 2, indienen bij de minister.
2. Een aanvraag bevat in ieder geval:
a. de naam van de gemeente of van de gemeenten waarvoor tevens een aanvraag wordt gedaan;
b. de datum van de aanvraag;
c. een plan van aanpak ten behoeve van de lokale regionale aanpak van radicalisering, extremisme en terrorisme in 2020 waarin een beschrijving wordt gegeven van de te ondernemen activiteiten, de doelstelling daarvan en de te verwachte resultaten van deze activiteiten waarbij met name aandacht wordt besteed aan de te verwachten regionale gevolgen die de doelstellingen met zich brengen;
d. een begroting van de te ondernemen activiteiten;
e. inzicht in de relatie met andere geldstromen;
f. Een actuele lokale analyse van de problematiek van radicalisering naar extremisme en terrorisme en het gemeentelijk beleid op dit terrein.
2. Indien de aanvraag wordt ingediend door een hoofdaanvrager is het eerste lid van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat uit het plan van aanpak tevens blijkt wat de betrokkenheid is van elk van de gemeenten en op welke wijze de regionale aanpak vorm wordt gegeven.
3. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister ter beschikking gesteld digitaal formulier.
4. Uit de aanvraag blijkt in ieder geval:
a. het streven naar een lokale aanpak met regionale dekking voor de gebieden waar de problematiek klein is;
b. de wijze waarop de effecten van de activiteiten worden geborgd en verduurzaamd;
c. het streven om activiteiten te verrichten waarvan redelijkerwijs verwacht mag worden dat ze in grote mate effectief zijn.
2. Een aanvraag bevat in ieder geval:
a. de naam van de gemeente of van de gemeenten waarvoor tevens een aanvraag wordt gedaan;
b. de datum van de aanvraag;
c. een plan van aanpak ten behoeve van de lokale regionale aanpak van radicalisering, extremisme en terrorisme in 2020 waarin een beschrijving wordt gegeven van de te ondernemen activiteiten, de doelstelling daarvan en de te verwachte resultaten van deze activiteiten waarbij met name aandacht wordt besteed aan de te verwachten regionale gevolgen die de doelstellingen met zich brengen;
d. een begroting van de te ondernemen activiteiten;
e. inzicht in de relatie met andere geldstromen;
f. Een actuele lokale analyse van de problematiek van radicalisering naar extremisme en terrorisme en het gemeentelijk beleid op dit terrein.
2. Indien de aanvraag wordt ingediend door een hoofdaanvrager is het eerste lid van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat uit het plan van aanpak tevens blijkt wat de betrokkenheid is van elk van de gemeenten en op welke wijze de regionale aanpak vorm wordt gegeven.
3. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister ter beschikking gesteld digitaal formulier.
4. Uit de aanvraag blijkt in ieder geval:
a. het streven naar een lokale aanpak met regionale dekking voor de gebieden waar de problematiek klein is;
b. de wijze waarop de effecten van de activiteiten worden geborgd en verduurzaamd;
c. het streven om activiteiten te verrichten waarvan redelijkerwijs verwacht mag worden dat ze in grote mate effectief zijn.