1. Indien in de verantwoordingsinformatie, bedoeld in
artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet, is opgenomen dat de activiteiten zijn afgerond, geldt deze mededeling als een aanvraag tot vaststelling van de uitkering.
2. Nadat de minister de verantwoordingsinformatie, bedoeld in het eerste lid, van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft ontvangen, neemt de minister binnen 22 weken na die ontvangst een beslissing op de aanvraag tot vaststelling van de uitkering.
3. De minister stelt een uitkering overeenkomstig de verlening vast, tenzij:
a. de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden, of
b. de gemeente waaraan de uitkering is verleend niet heeft voldaan aan de aan de uitkering gebonden verplichtingen, of
c. de verlening van de uitkering onjuist was en de gemeente waaraan de uitkering is verleend dit wist of behoorde te weten.
4. Intrekking of wijziging van een verlening van een uitkering werkt terug tot en met het tijdstip waarop de uitkering is verleend, tenzij bij intrekking of wijziging anders is bepaald.