BWBR0042755
Geldig vanaf 2020-06-05
Artikel 15
Wet medische hulpmiddelen
1. Onze Minister is bevoegd tot het nemen van:
a. de maatregelen, bedoeld in artikel 95, eerste, vierde en zevende lid, van Verordening (EU) 2017/745;
b. de maatregelen, bedoeld in artikel 97, eerste en tweede lid, van Verordening (EU) 2017/745;
c. de maatregelen, bedoeld in artikel 98, eerste lid, van Verordening (EU) 2017/745.
2. Onze Minister is voorts bevoegd tot het nemen van:
a. de maatregelen, bedoeld in de artikelen 90, eerste, vierde en zevende lid, van Verordening (EU) 2017/746;
b. de maatregelen, bedoeld in artikel 92, eerste en tweede lid, van Verordening (EU) 2017/746;
c. de maatregelen, bedoeld in artikel 93, eerste lid, van Verordening (EU) 2017/746.
3. Bij het nemen van maatregelen als bedoeld in het eerste en tweede lid neemt Onze Minister het bepaalde bij of krachtens Verordening (EU) 2017/745 en Verordening (EU) 2017/746 in acht.
a. de maatregelen, bedoeld in artikel 95, eerste, vierde en zevende lid, van Verordening (EU) 2017/745;
b. de maatregelen, bedoeld in artikel 97, eerste en tweede lid, van Verordening (EU) 2017/745;
c. de maatregelen, bedoeld in artikel 98, eerste lid, van Verordening (EU) 2017/745.
2. Onze Minister is voorts bevoegd tot het nemen van:
a. de maatregelen, bedoeld in de artikelen 90, eerste, vierde en zevende lid, van Verordening (EU) 2017/746;
b. de maatregelen, bedoeld in artikel 92, eerste en tweede lid, van Verordening (EU) 2017/746;
c. de maatregelen, bedoeld in artikel 93, eerste lid, van Verordening (EU) 2017/746.
3. Bij het nemen van maatregelen als bedoeld in het eerste en tweede lid neemt Onze Minister het bepaalde bij of krachtens Verordening (EU) 2017/745 en Verordening (EU) 2017/746 in acht.