BWBR0042248
Geldig vanaf 2019-05-29
Artikel 6
Mandaatbesluit Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland 2019
1. De stichting dient uiterlijk 6 weken voor aanvang van het kalenderjaar een overzicht in van de kosten in het daarop volgende kalenderjaar. Dit bevat in ieder geval een overzicht van het aantal formatieplaatsen op de Europese scholen op 1 oktober van het kalenderjaar waarin de begroting wordt ingediend.
2. De stichting dient uiterlijk 22 weken na afloop van het kalenderjaar een overzicht in van de daadwerkelijke kosten. Dit bevat in ieder geval een overzicht van het definitieve aantal formatieplaatsen op de Europese scholen op 1 oktober van het kalenderjaar t-1 en een overzicht van de salariskosten op basis van jaaroverzichten uit het salarissysteem, kosten van noodzakelijke scholing en begeleiding personeel, dotatie voor een bestemde reserve, voor zover deze risico’s niet worden gedekt door Participatiefonds en Vervangingsfonds of andere daarvoor ontwikkelde fondsen of voorzieningen en verhuiskosten en buitenlandtoelage op basis van jaaroverzichten uit het salarissysteem.
3. De gegevens bedoeld in het eerste en het tweede lid, mogen aangeleverd worden als onderdeel van de begroting en het financieel verslag dat de stichting jaarlijks indient vanwege de subsidie die zij ontvangt op grond van de Regeling Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland 2019–2023met dien verstande dat de gegevens die betrekking hebben op de activiteiten die op grond van dit besluit worden verricht daarbinnen herkenbaar zijn opgenomen in een afzonderlijk hoofdstuk.
2. De stichting dient uiterlijk 22 weken na afloop van het kalenderjaar een overzicht in van de daadwerkelijke kosten. Dit bevat in ieder geval een overzicht van het definitieve aantal formatieplaatsen op de Europese scholen op 1 oktober van het kalenderjaar t-1 en een overzicht van de salariskosten op basis van jaaroverzichten uit het salarissysteem, kosten van noodzakelijke scholing en begeleiding personeel, dotatie voor een bestemde reserve, voor zover deze risico’s niet worden gedekt door Participatiefonds en Vervangingsfonds of andere daarvoor ontwikkelde fondsen of voorzieningen en verhuiskosten en buitenlandtoelage op basis van jaaroverzichten uit het salarissysteem.
3. De gegevens bedoeld in het eerste en het tweede lid, mogen aangeleverd worden als onderdeel van de begroting en het financieel verslag dat de stichting jaarlijks indient vanwege de subsidie die zij ontvangt op grond van de Regeling Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland 2019–2023met dien verstande dat de gegevens die betrekking hebben op de activiteiten die op grond van dit besluit worden verricht daarbinnen herkenbaar zijn opgenomen in een afzonderlijk hoofdstuk.