1. Aan de directeur van de stichting wordt mandaat verleend voor het werkgeverschap van het aan de Europese scholen gedetacheerd personeel.
2. Dit werkgeverschap omvat in ieder geval het aangaan en beëindigen van arbeidsovereenkomsten met het personeel, het voeren van Decentraal Georganiseerd Overleg over de rechtstoestand van het personeel en het nemen van overige besluiten alsmede het vaststellen van beleidsregels in het kader van de arbeidsvoorwaarden van het personeel, met inachtneming van de rol van de toezichthouders.
3. De stichting biedt ondersteuning aan de minister bij eventuele procedures voortvloeiend uit het werkgeverschap op grond van de
Algemene wet bestuursrecht.
4. Ten aanzien van het aantal aan de Europese scholen in dienst genomen personeelsleden hanteert de stichting de volgende uitgangspunten:
a. ondergrens: aan de hand van het in de Raad van Bestuur voor Nederland vastgestelde target level, naar boven afgerond op een geheel getal, wordt bepaald hoeveel personeelsleden in ieder geval door de stichting in dienst worden genomen.
b. bovengrens: het aantal in dienst genomen personeelsleden ligt maximaal 10 procent hoger dan het target level, naar boven afgerond op een geheel getal.
c. hiervan mag worden afgeweken wanneer aan deze bovengrens nog niet voldaan kan worden wegens het natuurlijk verloop van personeelsleden.
d. wanneer de stichting af wil wijken van bovenstaande uitgangspunten treedt zij in overleg met de minister.
e. het in dienst nemen van een directeur of adjunct-directeur voor een van de Europese scholen wordt in ieder geval afgestemd met de minister.