BWBR0042248
Geldig vanaf 2019-05-29
Artikel 5
Mandaatbesluit Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland 2019
1. De hoogte van het voorschot voor de activiteiten bedoeld in de artikelen 3en 4wordt voorafgaand aan het boekjaar aan de hand van de door de stichting ingediende begroting vastgesteld.
2. Het voorschot voor de activiteiten bedoeld in de artikelen 3en 4wordt in gelijke maandelijkse termijnen betaald.
3. Voor de activiteiten bedoeld in artikel 4is voor de jaren 2019 tot en met 2023 een totaalbedrag beschikbaar van maximaal € 1.500.000,–.
4. De berekening van de vergoeding van de kosten voor het jaar 2024 en volgende wordt aan het einde van de periode, bedoeld in het derde lid, nader bepaald.
2. Het voorschot voor de activiteiten bedoeld in de artikelen 3en 4wordt in gelijke maandelijkse termijnen betaald.
3. Voor de activiteiten bedoeld in artikel 4is voor de jaren 2019 tot en met 2023 een totaalbedrag beschikbaar van maximaal € 1.500.000,–.
4. De berekening van de vergoeding van de kosten voor het jaar 2024 en volgende wordt aan het einde van de periode, bedoeld in het derde lid, nader bepaald.