BWBR0041466
Geldig vanaf 2018-10-24
Artikel 3
Vrijstellingsregeling zoogkoeienhouderij
1. Een landbouwer is slechts vrijgesteld indien hij zich daartoe, gelijktijdig met de kennisgeving van het vervallen van het fosfaatrecht, bij de minister aanmeldt met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld middel.
2. In afwijking van het eerste lid meldt de landbouwer die geen kennisgeving van het vervallen van een fosfaatrecht doet, zich aan uiterlijk op 1 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin hij voor het eerst van de vrijstelling gebruik wil gaan maken.
3. In afwijking van het tweede lid meldt de landbouwer die met ingang van 2018 gebruik wil maken van de vrijstelling zich uiterlijk op 1 december 2018 aan bij de minister.
2. In afwijking van het eerste lid meldt de landbouwer die geen kennisgeving van het vervallen van een fosfaatrecht doet, zich aan uiterlijk op 1 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin hij voor het eerst van de vrijstelling gebruik wil gaan maken.
3. In afwijking van het tweede lid meldt de landbouwer die met ingang van 2018 gebruik wil maken van de vrijstelling zich uiterlijk op 1 december 2018 aan bij de minister.